Harriët Koorn

Swiss Peaks Trail 360

1 september 2019

Zondagochtend 1 september om 10.00 uur was de start in Oberwald. Wat fantastisch om daar nu een trail te starten. Ik ben zo vaak in dit gebied geweest voor het schaatsen. Daarna nog wel eens op vakantie en nu m'n nieuwe hobby met de oude plek gecombineerd. Echt fantastisch. Het nam verder geen zenuwen weg of zo. 360 is ook nogal een eindje natuurlijk. En ik had maximaal nog maar 170 gelopen, dus tja. Kan ik dit wel. Dat was maar zeer de vraag. We waren op tijd in Oberwald, dus hebben nog even in de sporthal gezeten. Altijd grappig om te zien dat iedereen anders met zenuwen om gaat. Ik zelf ga stil ergens zitten. Je ziet ook mensen die non stop heen en weer blijven lopen. Ik word er zelf vaak rustiger van als ik zie dat anderen ook zenuwachtig zijn, dus ik vind het altijd wel leuk om naar te kijken.

Waar ik dan weer niet rustig van word, is dat iedereen altijd door de briefing heen lult. Wat is nou in godsnaam de moeite om even 10 minuten je mond te houden. Zeker bij een trail waar je een week over mag doen. Er werd van alles verteld over de verschillende racekits die verplicht zouden kunnen worden. (Voor extreme hitte, of juist extreme kou.) Ik meende iets te verstaan over noodweer en mogelijk stilleggen of stoppen van de race. Er werd iets gezegd over het vriespunt 's nachts en over hitte op dinsdag, maar meer kon ik niet verstaan.

Om 10 uur dan de start. Nu begon het echt. De eerste 50 kilometer ongeveer ging dus door gebied wat ik vrij goed ken. Na de start renden we richting Hungerberg, en gingen daar omhoog te bergen in. Al snel had je een prachtig uitzicht op de Grimselpas in de verte. Vanaf hier liepen we in de richting van Ulrichen, waar de eerste verzoringspost was, en wat het dorp is waar ik altijd verbleef op trainingskamp en vakanties. Bij Ulrichen zaten de eerste 12 kilometer erop. Ik weet niet of het goed ging eigenlijk. Volgens mij heb ik tegen papa gezegd van niet. Ik denk dat ik te veel aan het nadenken was om gewoon lekker te lopen. Vanaf Ulrichen ging de route weer omhoog, langs de Nufenenpas, en over een stuk trail wat ik kende. Prachtig uitzicht op het dal, en erg leuk om hier weer te lopen. De volgende post was in Reckingen bij de Staalen Kapelle, die ik al kende van een sneeuwschoenwandeling in de winter. Ik was nog steeds niet ontspannen bezig. Was nu al aan het rekenen hoeveel tijd ik aan het winnen was op het langzaamste schema. Bij vertrek bij deze post hing een waarschuwing dat er onweer werd verwacht om zes uur 's avonds boven op de berg waar we nu heen moesten. Als het goed was zou ik daar eerder langs komen. Ik vond eerlijk gezegd de lucht er niet uit zien alsof het slecht weer zou worden, maar dat zegt soms niks in de bergen natuurlijk. Ik weet nog dat ik in Reckingen van schoenen ben gewisseld, en dat de klim die hierna kwam erg steil was. Verder weet ik niet meer zoveel. Als je maar genoeg nachten overslaat verdwijnt werkelijk elk restje geheugen. Ik weet nog dat ik langs een post kwam waar papa ook weer was, en dat het er naar raclette stonk. Normaal ruikt dat lekker, maar nu niet. Het was daar koud en ik ben er daarom niet lang geweest. Snel door richting Fiesch. Hier was de eerste lifebase, en dus ook mijn dropbag. Vlak voor ik Fiesch in kwam werd het donker en moest m'n lamp op. Ik kwam langs het bakkertje waar we vroeger wel apfelstrudel gingen eten, en de post was bij het zwembad waar we ook een paar keer zijn geweest. Ik heb hier warm gegeten en ben van shirt gewisseld. Ik liep de eerste 50 kilometer trouwens op 120 meter na in 10 uur. 5 per uur vond ik prima, al wist ik dat ik dat zeker niet vol ging houden de hele trail. (De winnaar loopt inclusief stops 4,5 gemiddeld geloof ik.) Ik had toen ik weer vertrok nog zo'n 3,5 uur speling met de limiettijd.

Ik had papa gevraagd of hij ook een verslagje bij wilde houden, omdat dat me leuk leek. Het komt nu vooral goed uit, omdat ik daardoor nog enige herinneringen kan terughalen. Zelf weet ik echt nog maar heel weinig.

Vanuit Fiesch liep ik dus in het donker. Ik weet nog dat er een klim kwam waar steeds bordjes stonden richting Grengiols. Dat vond ik grappig, omdat Marjolein daar woont, en papa daar nu heen zou gaan in de hoop daar te mogen slapen. Dat mocht trouwens, wat ik echt super lief vind van Marjolein. Dus enorme dank daarvoor. Een uitgeruste verzorger is tenslotte ook heel belangrijk. Van de nacht zelf kan ik me echt niks meer herinneren. De eerste post na Fiesch was pas bij 70 kilometer, dus 20 kilometer verder. Aangezien daar ook een enorme klim tussen zat liep ik niet snel genoeg om uit te komen met mijn water. Ik kan me van de route niks meer herinneren, maar ik weet nog wel dat ik een paar uur zonder water heb gelopen. Daardoor dus ook een paar uur zonder mijn elektrolyten, wat er normaal voor zorgt dat ik kan blijven eten. Gevolg was dat ik een enorm opgeblazen buik kreeg en eten niet meer opgenomen werd. Sowieso krijg je van eten dorst, en als je geen water meer hebt wil je dat niet. Dus ben ik ook maar gestopt met eten.

Bij 86 kilometer was er ook weer een post, maar dat weet ik ook niet. Bij 97 de volgende en daar kon papa weer komen. Ik zie aan zijn aantekeningen dat ik hier om 10.30 uur was. Het was dus allang weer licht. Ik kan me het laatste stukje naar deze post nog herinneren, maar verder dus vrijwel niks tussen Fiesch en dit. Hele nacht uit mijn geheugen verdwenen...

Hierna bijna 12 kilometer voornamelijk dalen en toen was ik bij de tweede lifebase. (109,3 km) Hier heb ik eerst warm gegeten, en daarna heb ik geprobeerd wat te slapen. Er was een slaapruimte gemaakt in een soort grote garage onder het gebouw. Er lagen matrassen op de grond en ook dekens. Toch was het er koud. Ik heb er een uur en kwartier gelegen ongeveer, maar amper geslapen.

De volgende post was bij 118,6 km, en de post zelf kan ik me nog wel herinneren. In een hotel aan een meertje. Lekker warm binnen in ieder geval. Er was hier warm eten, wat volgens papa iets met aardappel was. Er zaten alleen zoveel uien in dat ik het niet lekker vond. Heb het dus voornamelijk bij koud eten gehouden. Volgens mij voelde ik me hier al behoorlijk moe en had ik zere voeten. Kan me in ieder geval nog herinneren dat ik niet heel blij aan de tafel hing om te eten. Toen ik weer wegging werd het ook snel donker en begon de tweede nacht.

De volgende post zou bij 126,9 zijn. Maar die post kwam maar niet. Ik liep nog in de middel of nowhere toen ik qua kilometers al bij de post zou moeten zijn. Heel irritant, want dan heb je dus geen idee wanneer ie wél komt. Een paar kilometer later was de post er dan alsnog. In een ogenschijnlijk verlaten dorpje waar maar op één plek licht brandde, en daar was het. Ik kreeg hier koude pastasalade, en hoewel het lekker was viel het niet zo goed. Snel na de post kreeg ik buikpijn.

Papa zou pas weer bij 142 zijn. Het meeste van de klim had ik nu gehad. Nog een stukje verder omhoog maar dan een stuk vrij vlak, een laatste stukje klimmen en dan weer naar beneden. Ik was dus op zoek naar het vlakke stukje. Dat begon nog redelijk goed met enorme platte stenen waar je aan kon zien dat ze als pad waren neergelegd. Aangezien ik nog steeds heel erg met de tijd bezig was dacht ik: joepie, dit loopt wat makkelijker en dan kan ik weer wat tijdwinst boeken wellicht. Maar helaas. Vooral het stuk afdalen was echt verschrikkelijk. Ik liep ten eerste helemaal alleen hier. Heel in de verte voor en achter me zag ik lampjes, maar niet zo dat ik kon volgen. De afdaling bestond uit enorme keien, die zo van de berg gerold waren en waar dus geen pad in te herkennen viel. Het was natuurlijk nacht hier en dus pikdonker, maar het was ook mistig, dus ik had heel weinig zicht. Zo'n koplamp verlicht prachtig die mist, maar schijnt er niet doorheen, dus dat vind ik altijd heel irritant lopen. Ontzettend vermoeiend. Ik vond de route ook vreselijk slecht aangegeven. Veel te weinig vlaggetjes, dus ik had hele stukken geen idee waar ik heen moest. Misschien dat het zonder mist duidelijker was geweest, maar nu dus niet. Ik volgde bij twijfel dus maar de rood-wit geschilderde route-aanduiding waarmee wandelingen in Zwitserland worden aangegeven. Die lichten alleen niet op als je er op schijnt, en je ziet ze dus pas als je er bijna bovenop staat. Ik ben dit stuk redelijk in paniek geraakt. Ik vond het eng, was bang om te vallen en voelde me er helemaal niet prettig bij dat ik de helft van de tijd niet wist waar ik heen moest. Die keien waren vreselijk irritant. Ik ging achterlijk langzaam en liep per kilometer langzamer dan tijdens de klim. En hoewel ik weinig zicht had zag ik op sommige stukken wel dat het redelijk steil recht naar beneden ging, wat me er niet bepaald zekerder op maakte. Wat een vreselijk kutstuk. Als je op de kaart een afdaling ziet schat je in hoe lang je daar over gaat doen. Het was dus mentaal heel zwaar dat ik langzamer daalde dan klom. Ik was een tijdje redelijk in paniek en begon hardop te schelden op de situatie. Ik kwam er al snel achter dat ik met tranen in m'n ogen helemaal geen moer meer kon zien, dus dat ik maar beter weer normaal kon doen. Na deze helse afdaling ging het weer omhoog, wat ook slecht zichtbaar was. Ik zag opeens lampjes mijn kant op komen en dacht shit, loop ik verkeerd? Maar dat waren deelnemers die ook de vlaggetjes kwijt waren en dus maar terug waren gelopen om opnieuw te zoeken. Ik was dus niet de enige die er last van had. Eenmaal boven (2892 meter) weet ik nog dat ik overal om me heen in de verte lampjes zag, zodat ik nog niet snapte welke kant ik op moest. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog steeds niet snap hoe dat kan. De afdaling duurde lang, maar was wel veel beter te doen dan dat keienstuk. Door die keien had ik ook weer te weinig gegeten, want dat gaat gewoon echt niet op zo'n technisch stuk. Eindelijk kwamen we weer in de bewoonde wereld, en moesten we door een veld met koeien en bijbehorende stront... Eindelijk was daar dan de post op 142 kilometer. In een koeienstal. Ik vond het er koud. De vrijwilligers waren er wel heel aardig en er is een lekker ei voor me gebakken. Papa vertelde me trouwens dat iedereen die hier binnenkwam had geklaagd over die helse afdaling. Ik was hier op 1867 meter en zou meteen weer moeten klimmen naar 2874 meter. Ik begon nog in het donker, maar halverwege de klim ongeveer kon m'n lamp weer af. Deze klim ging nou een keertje zeldzaam goed. Niet zo retesteil dat je geparkeerd staat, maar gewoon goed te doen. Het was echt prachtig. Het eerste stuk ging nog door het bos, maar al snel kwam ik daar uit en kwam tegelijk de zon langzaam op. Ik keek op bergen en een dal in wat vol hing met wolken maar wat er schitterend uit zag doordat ik daar boven liep. Ik kon al zien dat het een warme dag zou worden, aangezien de lucht strakblauw was. De zon kwam er steeds verder bij waardoor de bovenste puntjes van de bergen langzaam roze kleurden. Schitterend. Nu was het trouwens nog gewoon koud, want ik liep nog in de schaduw. De klim ging maar door en het laatste stuk was wel wat steiler. Eenmaal boven op 2874 meter werd ik wel beloond met een schitterend uitzicht en inmiddels ook de zon. Na ongeveer 20 minuutjes afdaling was er weer een post. Hier hadden ze stukken brie liggen! Ha, dat onthoud ik dan weer wel. Ik was hier op 149,7 kilometer en zou verder afdalen naar Zinal, op 157,5 kilometer en tevens de derde lifebase. Zinal ligt op 1668 meter, dus ik moest een aardig stuk naar beneden. Gelukkig ging de afdaling wel goed. Het laatste stuk naar Zinal was wel enorm steil.

Eenmaal binnen bij de post was papa er niet, en werd ik meteen tegengehouden omdat ik niet met schoenen aan naar binnen mocht. Zulk gelul kan ik altijd slecht hebben. Maar goed, schoenen uit gedaan dus en met mijn minstens net zo vieze sokken naar binnen gegaan. Papa geappt waar hij was, en toen kwam hij snel. Weet eigenlijk niet waar hij nou vandaan kwam. Volgens mij had ik eigenlijk het plan om hier weer even te gaan slapen, maar de slaapzaal en de eetzaal zegmaar was één en dezelfde. Dus je lag midden in de herrie. Dan kan ik dus niet slapen. Ik heb dus even in de douche m'n benen gewassen en me laten masseren. Ging allemaal super traag trouwens voor ik eens aan de beurt was. En maar kletsen en tegelijk weer niet door masseren en ik stond maar te wachten. (En me te ergeren.) Uiteindelijk was ik dan aan de beurt. Ik laat me normaal nooit masseren, maar had een vrouw gesproken bij de vorige lifebase die er zo enthousiast over was dat ik dacht: baat het niet dan schaadt het niet. Het was niet zo lekker ontspannen als ik gehoopt had, want het deed behoorlijk pijn. Heb hierna nog naar m'n blaren laten kijken. Nou, dat doe ik de volgende keer ook wel lekker zelf. Hemel zeg. Bij de MDS waren die mensen echt heel goed. Die hielpen fantastisch en anders vertelden ze je wel hoe je het zelf het beste kon doen. Hier wees ik m'n blaren aan en verwachtte hetzelfde. Ik had blaren aan beide voeten, en er was aan elke voet iemand bezig. Beide prikten verdomme in m'n tenen in plaats van in die blaren. Als je een blaar lek prikt hoor je dat niet te voelen! Dan prik je mis. En bedankt. Ze tapeten vervolgens die tenen in, maar gewoon met het tape rechtstreeks op die blaar en niet iets ertussen. Dus ik snapte meteen hoe dat zou gaan voelen als het er weer af zou moeten... Voor vertrek ben ik nog even gewisseld van sokken. En de vieze lekker in die hal uitgeklopt als wraak voor het gezeik over de schoenen.

Na vijf meter lopen buiten had ik al door dat de massage zonde van de tijd was geweest. Het was inmiddels ook heet geworden. En ik moest weer omhoog, naar 2836 meter dit keer. De klim ging een stukje door bos, maar kwam er al snel bovenuit en hoewel het stikheet was had ik wel een prachtig uitzicht. Ik liep onder een stoeltjeslift door die ze aan het testen waren en die het prima deed. Ik zag mogelijkheden... Ik ging niet erg snel, maar kwam na een tijd zwoegen toch boven en wauw. Het is altijd afwachten wat je boven aantreft. En ik hou er ook altijd rekening mee dat er nog een klim verstopt achter zit zodat je toch nog niet boven bent. Dat was hier gelukkig niet zo. Ik had een schitterend uitzicht op het meer van Moiry. Een stuwmeer met een schitterende kleur blauw water. Nu weer afdalen naar 2251 meter, waar de post bij het meer was. De afdaling was steil, en ik had zere voeten dus het ging niet erg lekker. Dalen is altijd mijn slechtste kant trouwens. Dat is het nadeel van in de polder wonen. Ik ben er van overtuigd dat het enorm zou helpen als ik het vaker zou kunnen doen. De post was klein, en een van de vrijwilligers zat er te roken. Ben er dus niet zo lang geweest. Alleen even water bijgevuld en snel wat eten gepakt. Aan de andere kant van de stuwdam moesten we weer omhoog. Dit keer naar 2915 meter. Dat zou dus de derde keer vandaag zijn boven de 2800 meter. En ik moet zeggen dat ik dat echt wel kon voelen. Vanaf 2500 ongeveer begon ik toch echt wel serieus meer te hijgen steeds. Het gekke is dat ik het gevoel had dat ik deze klim al kende. Ik dacht te weten wat er ging komen, wat ook echt kwam. En ook boven meende ik het te herkennen. Heel vreemd want ik ben hier nooit op vakantie geweest, en ik was nog niet in de laatste 170 kilometer, dus kan het ook niet van vorig jaar kennen. En toch had ik tijdens de hele afdaling ook het gevoel dat ik het eerder heb gezien. Ik had enorm zere voeten, en kwam niet lekker naar beneden. Ik werd na een tijdje ingehaald door een Zwitser (geloof ik, of was het nou toch een Belg...) waar ik een tijdje al kletsend achteraan liep. Hij vroeg hoe ik dan trainde als ik uit Nederland kwam. Tja, waarom denk je dat ik zo naar beneden sukkel... Hij zei ook nog dat ik over een enorm doorzettingsvermogen moest beschikken omdat hij me ergens bij een post had gezien en had gedacht dat ik nooit meer verder zou kunnen zoals ik eruit zag. Ik hield 'm het laatste stuk afdaling niet meer bij, maar het heeft toch een heel stuk geholpen. Ik was op weg naar La Sage. Bij het eerste dorpje waar ik doorheen kwam dacht ik dus; ik ben er. Maar nee, hele dorp door en ik was er nog niet. Hoorde opeens gemiauw en zag een schattige kat in de berm. Even geaaid maar gezegd dat ik weer verder moest. Vond hij/zij jammer want ging klaaglijk miauwen. Zielig. Eindelijk zag ik papa staan en was ik er. De post was lekker binnen in een vrij kleine ruimte. Het was er heerlijk warm. Heb rustig de tijd genomen om te eten. Ik was behoorlijk moe en had serieus zere voeten. Papa zei dat ik hier ook kon slapen en of ik dat wilde. Maar ik was hier op 180 kilometer en wilde bij 204 bij de lifebase ook al slapen, dus dacht dat het hier niet nodig was. Achteraf had ik het denk ik beter wel kunnen doen. Het was hier binnen zo warm dat ik er rozig van werd en dus steeds slaperiger. Bij het vertrek had ik het even heel zwaar. Ik straalde het blijkbaar enorm uit want er vroeg al iemand of ik ging stoppen. Welnee. Gewoon een zenuwinzinking. Die zere voeten ook. Het lijf begon een beetje tegen te stribbelen.

Ik was eigenlijk net weg toen ik dacht; ik had zelf nog een keer m'n blaren door moeten prikken en van schoenen moeten wisselen. Ik liep nog een tijdje door bewoonde wereld en papa kwam me met de auto toevallig achterop. Officieel mag hij niet helpen tussen de posten in, maar hij is toch even gestopt. Ik heb m'n schoenen en sokken uitgedaan en heb m'n blaren zelf nog eens doorgeprikt. Daarvoor moest dus eerst die tape eraf. Dolletjes. Eenmaal doorgeprikt moest ik m'n sokken weer aan. Ik loop met Injinji teensokken en oeps. M'n voeten waren inmiddels al zo dik geworden dat ik vreesde dat ik ze nooit meer aan zou krijgen. Shit. Niks anders bij me. Met een hoop gevloek van de pijn ze toch weer aangekregen en op het volgende paar schoenen verder gegaan. Niet netjes. Bij de post had het wel gemogen, hier dus eigenlijk niet. Maar ja. Zal het nooit meer doen... Het hielp wel meteen enorm. Goeie les voor de volgende keer. Alles lekker zelf doen en niet vertrouwens op wie dan ook. En nu dus met aanzienlijk minder zere voeten weer op weg.

Ook het stuk door de bewoonde wereld hier en het eerste stuk van de klim die nu kwam meende ik te herkennen. Ik snap er nog steeds geen moer van. Je kan gaan hallucineren als je te weinig slaapt, maar ik kan toch niet iets herkennen waar ik nog nooit ben geweest? Tijdens de klim werd ik steeds slaperiger. Ik baalde dat ik niet naar papa had geluisterd en was gaan slapen. Ik kon m'n ogen amper nog open houden. Ik weet niet of het hier was maar ik ben me nog een keer rot geschrokken van iemand die midden op het pad was gaan slapen in de nacht. Dat ziet er dus uit alsof je opeens een lijk ziet liggen.

Bij de start was een man die een ukelele aan één van z'n stokken had gebonden, en heel regelmatig al zingend liep. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me er in het begin nogal aan ergerde. Ik hou niet zo van die 'rare' dingen of gekke kleding of zo. Als je het zelf zwaar hebt tijdens een klim en er loopt iemand zingend achter je kan dat ook nogal irritant zijn. (“Salut les amoureux” kwam regelmatig voorbij.) En toch begon ik 'm te waarderen. Het was ten eerste een heel vriendelijke man. En hij was ogenschijnlijk altijd vrolijk. Ik kwam 'm ook steeds weer tegen. Papa vertelde dat als hij aan 'm vroeg hoe het ging hij zelfs ook aan papa vroeg hoe het met mij ging. Dat is echt heel sympathiek. De vrijwilligers waren ook dol op hem, en als ik ergens bij een post kwam waar hij al geweest was hadden ze vaak filmpjes gemaakt van z'n muziek en lieten ze dat trots aan iedereen zien.

Tijdens deze klim waar ik bijna in slaap viel kwam deze zingende man me voorbij met nog een paar anderen. Hij zei dat ik moest proberen aan te pikken en ik zei dat ik dat zou proberen. Hij kwam op een heel goed moment want het lukte best een tijdje. Ondertussen was hij begonnen te zingen en dit keer zong hij “I'm dreaming of a white christmas”, waar ik erg om moest lachen. Ik wist niet of ik bij de post kon slapen, maar ik had me voorgenomen er hoe dan ook te gaan liggen. Op de grond als het moest. Ik had mazzel. Dit vond ik de leukste post van de hele trail. Het was een klein hutje, maar wel met een volledige keuken erin. En een stapelbed met drie lagen. Verder een tafel vol eten. En net even andere dingen dan bij de andere posten. En misschien nog wel het belangrijkste: een onwijs aardige vrijwilliger. Vroeg meteen of ik wat wilde eten en of ie me ergens mee kon helpen. Ik hoefde even geen eten, ik wilde alleen slapen. Op het onderste bed lag al iemand, en de bovenste moest je met een ladder heen en dat zag ik even niet gebeuren met hoe ik me voelde. Ik wilde dus op de tweede laag, maar ook dat ging niet al te soepel. Ik wist niet zo goed of ik met m'n vieze schoenen op de rand mocht gaan staan. Gelukkig zag de man het en hielp me erop. Hij vroeg of hij me moest wakker maken na een tijdje. Zo hoefde ik geen wekker te zetten en zou ik geen anderen wakker maken. Ideaal. Ik vroeg om 20 minuutjes. Ik heb het nog even naar papa geappt en ben toen volgens mij meteen in slaap gevallen. Heerlijk een echt bedje in de warmte. Na 20 minuten was het gewoon jammer dat ik alweer wakker werd gemaakt. Toen wilde ik alsnog wel wat eten en heeft de man ook nog rösti voor me gemaakt. Super lekker. En verder waren hier chocoladebroodjes en crackers en een hele bak vol met super lekker snoep. En wat anders te drinken dan water. Echt super. De sfeer hier was ook gewoon heel goed. Iedereen fluisterde voor de mensen die sliepen en het was echt heel knus en gezellig. Met moeite ging ik dus weer verder. Ik was hier op 2163 meter en moest nog door tot 2701. Het eerste stuk liep nog gemakkelijk, maar het werd steeds moeilijker en de snelheid ging er dus weer lekker uit. Eenmaal boven moest ik afdalen naar Pralong, waar ik vorig jaar ben gestart voor de 170 kilometer. Vanaf daar zou ik het dus kennen. Eenmaal boven zag ik in de verte een groot licht, wat het hotel bij de dam zou moeten zijn. Ik zag ook lichtjes van lopers die vanaf daar alweer aan het klimmen waren. Ik dacht dat ik zelf 'alleen' nog even moest afdalen. Helaas. Ook hier vond ik het slecht aangegeven. Natuurlijk niemand voor of achter me. En ik herkende nergens een pad in. Als je geen vlaggetjes ziet maar je loopt op een duidelijk pad zonder afslagen, dan zal het wel goed zijn. Maar hier was geen pad in te herkennen. Ik denk echt dat de organisatie zich beter moet realiseren dat je 's nachts aanzienlijk minder ziet dan overdag. En daar moeten ze met de route uitpeilen echt beter rekening mee houden. Er leek ook hier geen einde aan die afdaling te komen. Eindelijk zag ik huisjes en kwam ik in Pralong aan. Hier kon ook m'n lamp af. Vanaf hier kende ik het, en dat vond ik toch wel prettig. Pralong was nog in diepe slaap en een groot hert had mij dan ook niet verwacht toen ie een grasveld op kwam rennen. Hij/zij schrok zich een ongeluk van mij en rende snel weer weg. Ik was erg moe en wilde graag slapen, maar toch ging dit stukje klimmen wel goed. Ik wist wat me te wachten stond en het is niet zo'n lang stuk. Ook niet technisch.

Papa was ook bij de post, want het was een lifebase. Onder aan de dam staat een hotel. Van buiten ziet het er nogal vervallen uit, maar binnen valt dat erg mee. Ik heb even gezeten maar ben snel gaan slapen. Ik kreeg gewoon mijn eigen kamer toegewezen, en er werd genoteerd wie waar lag en hoe laat je weer gewekt wilde worden. De luiken konden dicht voor de ramen zodat het lekker donker was, en er lagen dikke dekens om warm te blijven. Heerlijk. Ik heb twee uur geslapen hier. Ik sliep ook meteen volgens mij. Eenmaal wakker voelde m'n mond nogal raar aan. Dus even in een spiegel gekeken en ik schrok me een ongeluk. Door de warmte de dag ervoor waren mijn lippen blijkbaar verbrand. Ze waren super dik geworden en er zaten blaren op. Echt niet normaal. Ik zag er niet uit. De Kardashians zijn er niks bij. Ik moest nog eten en dat ging niet zo makkelijk met zo'n mond. Praten ging ook niet meer goed, maar dat lag volgens mij meer aan m'n vermoeidheid. Ik praatte super traag. Met eten had ik ook moeite om m'n mond te vinden. Ik heb ditzelfde ooit bij mama gezien en weet heel goed wat er daarna gebeurde, dus ik schrok er best een beetje van en zag dat papa dat ook had. Ik had het hier sowieso nogal moeilijk. M'n voeten deden zo zeer en m'n achillespees inmiddels ook. Ik weet niet meer wanneer dat was begonnen. M'n voeten waren ook zo dik geworden dat ik m'n schoenen niet meer aankreeg. Ik heb hier volgens mij nog een keer een blaar door laten prikken, en heb gevraagd of ze m'n achillespees in konden tapen. Vragen ze serieus hoe. Ja weet ik veel. Zo dat ik er geen last meer van heb. Ik ben toch geen fysio. Verzin wat. Er waren hier ook douches dus met hulp van papa heb ik hier m'n voeten één voor één onder het koude water gehouden zodat ze een beetje zouden slinken. Daarna snel sokken en schoenen aangetrokken voor het niet meer zou lukken. Ik ben hier wel eindeloos geweest. Ik had geloof ik 11 uur speling toen ik aankwam maar ben hier bijna vijf uur geweest. Die tijd had ik echt nodig. Ik had eerder gewoon niet verder gekund.

Vanaf hier kende ik dus de route van vorig jaar. Het heeft voor- en nadelen om precies te weten wat er komt, maar ik vond het nu wel prettig. Zo wist ik ook nog dat ik dit stuk vorig jaar te weinig water had, dus dat ik er nu ook een beetje zuinig mee moest doen. Het was behoorlijk warm. Tijdens de klim vanaf de dam stroomt er wel steeds water naar beneden waar je langs loopt, maar dat is niet drinkbaar helaas. Wel heb ik m'n hoofdband er een paar keer in gehouden en nat om m'n pols gedaan. Daar kon ik dan af en toe mee over m'n hoofd vegen om wat af te koelen. Het is een mooi gebied hier en hoewel de klim best zwaar is maakt het uitzicht op 2985 meter veel goed. Ik heb alleen zo'n hekel aan die afdaling die erna komt. Ik kan al niet zo best dalen, en ook hier weer veel grote keien waar ik niet snel overheen kom. Ik heb m'n stokken na een tijdje maar in m'n tas gedaan, zodat ik m'n handen vrij had. Na het nodige klim en klauterwerk was daar dan eindelijk de verzorgingspost. Er is hier niks, dus het is een simpel tentje, helemaal volgestouwd met voorraad voor de lopers. De vrijwilligers waren niet erg spraakzaam hier. Ik vroeg waar ze het water vandaan haalden, omdat er een slang waar het uit kwam vanaf het tentje weg liep. Er is in de verste verte niks te bekennen, dus ik vroeg me af of ik niet gewoon smerig bergwater dronk. Ze keken alleen maar nors en ik kreeg geen antwoord. Ik drink overigens vaak genoeg uit stromende beekjes, maar juist in dit gebied ziet het water er heel smerig uit. Vandaar de vraag.

Vanaf hier nog een klein stukje verder dalen, een riviertje oversteken en dan weer omhoog. Er liggen stenen in het riviertje, maar mijn coördinatie was dusdanig slecht inmiddels dat ik natuurlijk mis stapte en zeiknatte voeten had. Ze droogden gelukkig ook weer snel door de hitte. Tijdens de klim liep ik achter een andere vrouw wat wel prettig was. Gewoon even dom volgen. We zagen opeens een paar steenbokken of zoiets. Schitterend hoe die beesten over die stenen springen zonder enige problemen. Wij hadden er heel wat meer moeite mee. Eenmaal boven op de Col de Louvie op 2888 meter heb je ook hier weer een schitterend uitzicht. Al snel zie je het meer van Louvie liggen. Ik vind dat Louvie gezellig klinken trouwens. Helaas kon ik de andere vrouw niet volgen in de afdaling, (wat een verrassing...) dus het was niet zo gezellig. Het is hier niet zo erg als die helse afdaling tijdens de tweede nacht, maar het loopt niet bepaald gemakkelijk. En ook hier lazer je een heel eind naar beneden als het mis gaat. Ik kon toch echt wel merken dat ik meer dan 200 kilometer in de benen had en struikelde regelmatig. Ook de achillespees werkte niet erg lekker mee ondanks de tape. Ik heb hier nog wel een vogel geaaid. Echt waar, ik heb het niet gedroomd. Er zat een soort hoen op het pad. Ik kwam aanlopen en hij bleef gewoon zitten. Ik ging op m'n hurken zitten, wat wonderlijk genoeg nog lukte ook, en stak mijn hand uit. Nog bleef ie gewoon zitten, en zo kon ik 'm aaien. Heel schattig. Het begon inmiddels al een beetje te schemeren, en ik wilde wel graag beneden zijn voor het donker werd. Eenmaal bij het meer kon ik mijn water bijvullen, en vanaf daar werd het makkelijker. Dat wist ik ook nog van vorig jaar. Vanaf hier ging het weer wat beter, maar ik hield het niet vol tot beneden. Alles begon weer zeer te doen en ik was ook enorm moe. Ik werd ingehaald door een vrouw die ik de hele trail al regelmatig tegenkwam. Ze zei dat iemand haar gezegd had dat er heel slecht weer voorspeld werd en dat de trail mogelijk stilgelegd of zelfs gestopt zou worden. Van wie ze het gehoord had begreep ik niet. In eerste instantie baalde ik enorm, maar ik was inmiddels zo moe dat ik stiekem ook dacht: doe maar. Dan hoef ik zelf niet de beslissing te nemen om te stoppen. En tegelijk baalde ik ook dat ik zo dacht. Eenmaal beneden moet je een stukje over de weg en dan nog een klein stukje over een bospad voor je bij de post bent. Het stuk op het bospad had ik inmiddels m'n lamp op en ik begon enorm te zwalken, zo moe was ik. Ik ben al heel wat jaren gestopt met schaatsen maar pootje over lukte hier prima. Papa was gelukkig ook bij deze post. De vrouw kwam meteen naar me toe en zei dat het onzin was en alles gewoon door bleef gaan. Ik wilde alleen maar graag slapen. Jammer genoeg was de post buiten, en ook het slapen. Weliswaar in een tentje, maar echt stervenskoud. De deken hielp helemaal niks. Ik heb een half uurtje gelegen maar volgens mij niet geslapen. Alles deed zeer dus ik lag ook niet lekker. Hierna heb ik me in papa's slaapzak gewikkeld om te eten. Dat had ik natuurlijk tijdens het slapen ook moeten doen. Ze hadden raclette, dus daar heb ik wat van gehad. Ik twijfelde enorm over verdergaan. Ik was zo vreselijk moe en ik moest nog zo ver. Tijdens het eten viel ik bijna zittend in slaap. M'n achillespees deed inmiddels ook erg zeer en ik had het gevoel dat ik het nooit ging halen. Ik ben nog wel verder gegaan. In no time lag ik op de grond en rolde van het pad af. Gelukkig niet al te ver, maar ik was wel zeiknat. Nog meer twijfel. Even stilgestaan in de hoop dat er iemand langs kwam zodat ik mee kon lopen, maar er kwam niemand. Ik had het gevoel dat de grond begon te bewegen. En toen heb ik papa gebeld en ben ik omgekeerd.

Op dat moment dacht ik echt dat ik niet verder kon. Natuurlijk denk ik inmiddels van wel. Het gevoel van toen vergeet je namelijk, en de feiten blijven over en dat is dat ik heb opgegeven na 225 kilometer. Ik had er nog 140 gemoeten. Ik had op het moment van opgeven nog 6 uur speling, dus daar lag het niet aan. Ik vertrouwde gewoon niet meer op mijn lichaam. Ik had inmiddels ook drie nachten niet geslapen en zou net aan de vierde beginnen. Dat had ik nog nooit eerder gedaan en de één zal daar beter tegen kunnen dan de ander. Achteraf gezien had ik vaker moeten slapen en er eerder mee moeten beginnen waarschijnlijk. Maar daar kan ik nu toch niks meer aan doen. Ik kan alleen nog maar enorm balen. Ik heb het hele stuk met vrijwel dezelfde mensen gelopen. Niet continu er pal achter of voor, maar bij de posten kwam ik steeds weer dezelfde mensen tegen. Het viel me alleen vrij snel op dat ze soepeler liepen dan ik, sneller ook, en daardoor langer konden rusten bij alle posten. Dat zal dus de truc zijn om het vol te houden.

Het lijkt als je dit verslag leest misschien alsof ik zomaar gestopt ben zonder enorme problemen. Dat gevoel hou ik er inmiddels zelf ook een beetje aan over. Maar reken maar dat er van alles aan vooraf gaat. Ik vraag me tijdens trails sowieso wel eens af wat ik in godsnaam aan het doen ben, en dat was hier niet anders. Ik had al tijden enorm zere voeten en last van blaren. Een achillespees is ook nogal belangrijk met klimmen en dalen en dat is het enige wat je hier moet, dus dat hielp ook echt niet mee. De vermoeidheid was erger dan wat ik ooit heb gevoeld. Dat vreselijk slaperige gevoel en alles in je hoofd dat schreeuwt dat je je ogen dicht moet doen en moet gaan liggen. Een volgende keer ben ik daar wellicht beter op voorbereid door deze ervaring.

De volgende dag kon ik vrijwel niet meer lopen. Mijn achillespees was zo vreselijk pijnlijk dat mijn voet helemaal niet meer kon bewegen en dat loopt nogal lastig. Papa zag daar het bewijs in dat ik er goed aan gedaan had om te stoppen, maar zulke dingen worden ook juist erger als je stopt. Maar ja. Ik zal nooit weten of ik het wel had gehaald als ik door was gegaan. Ik ben nou eenmaal gestopt. Dat kan ik absoluut niet hebben, dus ik ga het volgend jaar opnieuw proberen. Ik ken de hele route, dus nu nog achter elkaar in één keer. Ik zou eigenlijk veel meer in de bergen moeten trainen. Bij kortere trails lukt het nog wel met een voorbereiding in de polders, maar nu brak het me toch op. Dus maar eens kijken wat er mogelijk is komend jaar. Jammer dat alle leuke dingen altijd zoveel geld kosten...