Harriët Koorn

Groet uit Schoorl Run

10 februari 2019

Afgelopen zondag was het dan zo ver. De 30 kilometer van de Groet uit Schoorl run. Ik zag er al minstens een week tegenop. Ik heb ‘m in 2016 ook gelopen en vond het toen een leuke loop. Het kwam nu mooi uit en was een prima duurtraining, dus had ik me weer opgegeven. Maar hoe dichterbij het kwam hoe meer ik er tegenop ging zien.

Ik ben er erg goed in om mezelf helemaal gek te maken van de zenuwen. Het ging eigenlijk hartstikke goed in de trainingen, maar toch geloof ik dan niet dat het heus wel goed zal gaan. In 2016 ging het veel beter dan ik had verwacht. Toen was ik slechter getraind dan nu en een kilo of 3 zwaarder, maar ging het erg lekker en liep ik 2:39:25. Dat is 5:19 minuut per kilometer gemiddeld. Ik had dit nog altijd in mijn hoofd als m’n beste duurloop ooit. Qua tijden in trainingen zou het logisch zijn als ik nu harder kon. Ik wilde graag 5:10 gemiddeld lopen. Maar de laatste duurloop een week geleden ging helemaal niet lekker, zodat ik nog minder zelfvertrouwen had gekregen.

Vrijdag op zaterdag had ik al slecht geslapen, en gedroomd over allemaal doemscenario’s. Ik hoopte dus dat ik zaterdag op zondag wat beter zou slapen. Eenmaal in m’n bedje bleek dat mijn buurmeisje haar verjaardag vierde. Prima natuurlijk als je een feestje geeft, maar als Bob of ik dat vroeger deden waarschuwden we wel altijd even de buren van tevoren. Dat hadden mijn buren helaas niet gedaan, want dan was ik bij papa en mama gaan slapen. Pas vanaf 3 uur ‘s nachts werd het stil. Heerlijke voorbereiding.

Zondagochtend kwam papa me halen en gingen we samen naar Schoorl. We waren vroeg aanwezig, omdat je er anders niet meer in kwam met de auto. Ik werd alleen maar zenuwachtiger. Papa zal wel gek van me zijn geworden. Ik bleef maar zeggen dat ik niet meer wilde. Eenmaal in het startvak dacht ik: hoe eerder het begint, hoe eerder ik er ook weer vanaf ben. Maar evengoed nog stiknerveus. Ik had dus bedacht dat ik rond de 5:10 gemiddeld wilde lopen. En dat ik vooral niet te hard moest beginnen. Papa en ik waren het er over eens dat onder de 5’ te hard zou zijn. Even na 11 uur ging ik dan eindelijk van start. Ik hield m’n Garmin in de gaten voor de snelheid, maar als je net gestart bent is dat nooit meteen heel betrouwbaar, dus dat wisselde nogal. Bliep. 4:50. Oeps. Het voelde wel erg makkelijk. De ene na de andere kilometer ging binnen de vijf minuten. Ik heb bij duurlopen vaak dat ik niet kan genieten op het moment dat het goed gaat. Dan denk ik alleen maar: ja, het gaat nu wel goed, maar voor hoelang nog. Dat had ik nu dus ook, maar na een kilometer of tien probeerde ik wel bewust te genieten van hoe het ging, en dat lukte enigszins. Ik wist dat je vanaf ongeveer dertien kilometer op een vrij open gedeelte komt, en dus last van de wind krijgt. Ik wilde dus graag achter iemand lopen voor ik daar was. Ik liep al een tijdje in de buurt van iemand met een opvallend gekleurd shirt, dus die koos ik uit en ik ben erachter gaan lopen. Vond ie niet leuk. De man bleef maar achterom kijken en steeds wisselen van kant van de weg enzo. Toen heb ik maar wat meer afstand genomen. Vlak voor het open stuk hield hij z’n tempo niet meer vast en ben ik er maar voorbij gegaan. Gelukkig kwamen er vrij snel daarna twee mannen me voorbij. Ze liepen duidelijk samen, en de ene leek te hazen voor de andere. Ze liepen vrijwel naast elkaar en vormden zo een prima rennend muurtje voor mij. Vanaf ongeveer 18 kilometer ben je weer wat meer in de bewoonde wereld, met dus minder wind. Het zou mooi zijn als ik deze vijf ‘open’ kilometers achter hun zou kunnen lopen. Ze gingen eigenlijk iets te hard voor m’n zin, omdat ik nog steeds onder de 5’ per kilometer liep. Maar in m’n eentje tegenwind zou ik meer energie kwijt zijn voor een minder tempo, dus toch maar gewoon blijven volgen. Het ging een hele tijd goed, tot ze elkaar niet meer bij konden houden, en ik er maar voorbij ben gegaan.

Ik hield m’n tempo nog steeds goed vast, maar had wel het gevoel dat daar wel eens snel een einde aan zou kunnen komen. Ik kwam in de buurt van de splitsing waar je afslaat richting finish voor de halve marathon, of rechtdoor moet voor het extra rondje van de 30 kilometer. Ik zou een dik pr lopen als ik de halve zou doen, maar wist ook dat ik er meteen spijt van zou krijgen als ik niet door zou lopen. Volgens m’n Garmin kwam ik de halve door in 1:43:56. Mijn pr is 1.49...

Ik kreeg het erg zwaar het extra rondje. Er zit een stukje heen en weer in, en dat keerpunt leek maar niet te willen komen. Eenmaal gekeerd moet je ook nog enigszins omhoog weer terug. Vorige keer kon ik juist dit extra rondje versnellen, maar nu zeker niet. Het was ook veel rustiger nu, want de meeste mensen lopen de halve. Er was dus niemand om achter te lopen, en er leek geen einde aan te komen. Ik begon steeds slechter adem te halen, maar het lukte niet om weer normaal te doen. Ik rekende wel uit dat ik zelfs met 6’ per kilometer vanaf hier nog een pr zou lopen. Ik voelde me alleen zo slecht. Tot m’n verbazing bleef m’n snelheid nog redelijk intact. Ik liep weliswaar niet meer onder de 5’ per kilometer, maar het verval bleef beperkt. Eindelijk kwam er iemand langs waar ik achter kon. Tot m’n verbazing was m’n ademhaling ook meteen weer normaal. Helaas hield ik het niet vol, en moest ik de man weer laten gaan. Nog maar een paar kilometer te gaan, maar ik voelde me zo beroerd. Ik nam me voor om me bij de finish meteen op de grond te laten vallen. Eindelijk kwam het bordje met nog 500 meter te gaan. Nog 300, nog 200. Zelfs een eindsprintje zat er amper nog in. Totaal gesloopt maar dolblij kwam ik in 2:30:28 over de finish. 5:01 gemiddeld per kilometer. En aangezien alles zeiknat was, ben ik toch maar blijven staan, en heb mezelf over een hek gevouwen. Een vrijwilliger van de organisatie kwam kijken of het wel goed ging. Langzaam kreeg ik m’n ademhaling weer onder controle en ging het wat beter.

Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen. Negen minuten van mijn pr af en dat gemiddelde had ik nooit verwacht. Daar ben ik dus echt super blij mee. Fijn om te weten dat ik goed aan het trainen ben. En dat het snel effect heeft. Pas sinds december heb ik het volledige gevoel weer terug in m’n voeten, maar ben ik ook nog een hele week ziek geweest. Sinds januari gaat alles pas echt naar wens eigenlijk. Dus heel fijn dat ik zo snel zoveel verbeterd ben. En wie weet krijg ik ooit nog eens wat meer zelfvertrouwen zodat ik er ook wat meer van kan genieten in plaats van er alleen maar tegenop te zien.