Harriët Koorn

Swiss Peaks Trail 170

7 september 2018

Ik heb geprobeerd een verslag te schrijven, wat ook qua volgorde nog enigszins klopt. Twee nachten niet slapen is echter enorm vermoeiend, en ik weet dan ook een heleboel niet meer, of niet wanneer het was. Dit is mijn beste poging:

Woensdag 5 september vertrok ik met papa richting Zwitserland. We hadden een appartement in Nendaz, wat enigszins tussen start en finish van de trail in lag. Donderdagochtend zijn we eerst naar de startplaats Pralong gereden. Ik wilde alvast even zien waar ik moest beginnen. En dan hoefden we vrijdag ook niet meer te zoeken in ieder geval. We zijn daarna nog even doorgereden naar de Grande Dixence dam, waar ik langs zou komen na ongeveer vijf kilometer. Papa en ik zijn via de route van de trail naar de top van de dam gelopen. Daar even gekeken en toen weer terug naar beneden. Vooral niet teveel doen. Die fout maak ik vrijwel altijd de dagen voor de trail en ik was vastbesloten er niet weer in te trappen. 170 vond ik wel lang genoeg. Hierna zijn we naar de finishplaats Le Bouveret gereden om alvast m'n startnummer op te halen en de verplichte spullen te laten controleren. Dit had ook vrijdag voor de start gekund, maar ik vond het relaxter om het nu te doen. Van alle verplichte reut die mee moest, wilden ze serieus alleen m'n bekertje en m'n jack zien. Dat viel weer alles mee dus. De rest van de dag heb ik m'n dropbag en m'n trailrugzak ingepakt en verder ben ik steeds zenuwachtiger geworden.

Vrijdagochtend was het dan zover. We waren ruim op tijd in Pralong, waar we voor de start nog de tracker zouden krijgen zodat we te volgen zouden zijn. Dat ding moest met tape aan je tas gemaakt worden, wat ik niet zo relaxt vond omdat ie midden op m'n schouder kwam, maar ik had er gelukkig geen last van. Verder was het de meest relaxte start ooit. Niet zoveel deelnemers, gewoon met z'n alle midden op de weg, zonder startvak. Allemaal prima. Om te motiveren (of was het toch ontmoedigen?) zei de speaker dat ie wel hoopte dat er wat meer mensen zouden finishen dan vorig jaar. Vervolgens aftellen en starten maar. Ik stond niet achteraan, maar zeker ook niet vooraan. Tot mijn stomme verbazing ging minstens de helft van de groep vanaf de start meteen op hun dooie gemakkie wandelen. Daar was ik niet op bedacht, en zo was ik dus absoluut niet snel weg omdat ik achter al deze slome drollen zat. Zodra er ruimte was heb ik dus meteen een inhaalactie ingezet, waarmee ik gelukkig veel mensen alweer voorbij ging. Ook haalde ik al snel een stuk of vijf vrouwen in. Er stonden er vijftien op de startlijst, dus ik ging er vanuit dat ik rond de tiende plek lag.

Boven bij de dam stond papa, maar hierna zou ik 'm pas weer bij 25 kilometer zien. Ik begon me al snel zorgen te maken over de hoeveelheid water die ik mee had. Moest ik hier tot 25 kilometer mee doen? Hoe dan. Het parcours was vrijwel vanaf de start moeilijk. Veel grote stenen, zodat er geen moment was waar je 'gewoon' door kon rennen. Gelukkig stond er na ongeveer twaalf kilometer iemand met een paar jerrycans. De man vulde m'n flesjes, dat mocht je blijkbaar niet zelf doen. Hij moest denk ik zuinig aan doen, want ik kreeg ze half vol weer terug. Ik was niet alert genoeg en zei er niks van. Hierna volgde de klim naar het hoogste punt van de trail, op 2966 meter. Ik kan me er eerlijk gezegd weinig van herinneren. Ik weet alleen nog dat ik de afdaling naar de post op 25 kilometer erg lang vond, en hoewel ik kon blijven rennen had ik aanzienlijk meer last van m'n benen dan ik op deze afstand zou moeten hebben. Ik kwam dus niet erg zelfverzekerd bij papa aan.

De volgende post was bij 36 kilometer en in de middle of nowhere, en ik weet alleen nog dat ik in de mist aankwam. Bij vertrek werd het snel donker en ging ik met lamp verder. Het irritante van mist is dat je lamp er niet doorheen schijnt maar alleen de mist maar opgelicht wordt. Af en toe was er even geen mist en was het zicht meteen stukken beter. De volgende post was bij 53 kilometer, wat meteen de eerste lifebase was. Hier zou m'n dropbag dus ook zijn. Ik weet vrijwel niks meer van het stuk hier naartoe. Alleen dat je tussen 36 en 53 nergens water bij kon vullen en ik dus weer te weinig had. Binnen in de tent had papa m'n tas al opgehaald, en heb ik wat pasta gegeten. Ook heb ik een droog shirt aangetrokken, om niet al te koud te worden in de nacht.

De volgende post was bij 64, maar hier was papa denk ik niet. Ik kan me er niks van herinneren. De post daarna was bij 75 ongeveer, en daar was papa ook weer. Ik vond de hele trail tot nu toe erg technisch. Alle klimmen erg steil, veel grote keien waar je overheen moest klimmen. Afdalingen hetzelfde maar dan naar beneden... Vlak voor de post op 75 moest je nog in het pikke donker over een gammel laddertje omhoog. Bij papa heb ik weer even gezeten en wat gegeten. Ik eet altijd graag brood als ze dat hebben bij de posten. Hadden ze hier ook maar het waren blijkbaar gratis verkregen resten van de plaatselijke bakker of zo, want de schimmel stond erop. Laat maar weer. Verder weet ik alleen nog dat ik in m'n hoofd had dat de cuttime hier op 06.00 uur stond en dat me dat verbaasde. Papa zei “nee joh, 08.00!”. Oh, vandaar. Ik snapte er al niks van.

Al snel hierna kwam de zon op en kon de lamp eindelijk weer af. Ik had 's nachts geen last van slaapgebrek gehad, maar toen de zon net op kwam had ik er wel even last van. Gelukkig verdween dat ook weer snel. Er volgde een eindeloze klim. Ik voelde me niet heel geweldig vanaf de post, en dat werd er niet beter op. We liepen een dal in, omgeven door hoge bergen aan alle kanten. Het dal liep dood, dus ik wist dat we ergens recht omhoog moesten, ik zag alleen nog niet waar. Al snel werd het duidelijk en er leek geen eind aan die klim te komen. Ik had een routekaartje bij me, waar ik uitroeptekens bij had gezet als het zware klimmen waren. Ik had net zo goed overal !! kunnen zetten, want alle klimmen leken wel super steil te zijn. Eindelijk boven kregen we wel een fantastisch uitzicht op het Lac de Salanfe met stuwdam. Eenmaal afgedaald en de dam over was er weer een post en hier was ik op 88 kilometer. Ik heb steeds goed de tijd genomen om te eten. Mijn doel was om de finish te halen, en ik zat steeds ruim binnen tijd dus ik hoefde me niet te haasten. Toen ik nog zat te eten kwamen de eerste lopers van de 90 kilometer trail langs. De 170 lopers keken het met verbazing aan. Ver voor de post kwamen ze al aan te bléren dat ze water wilden en alles moest snel snel snel. Ik dacht alleen maar: doe normaaaal. Zo ga je niet met vrijwilligers om.

Vanaf deze post was er een klein stukje redelijk vlak langs het meer, en daarna weer een vreselijk lastige klim. Handen en voeten bij nodig. En dus ook nog steeds ingehaald door 90 kilometer lopers, die net waren begonnen en nog aanzienlijk frisser waren dan ik. Net toen ik dacht eindelijk boven te zijn bleek er nog een stuk klim achter te zitten. Ik stond hardop te zuchten en zag andere 170 lopers bij het zien van deze verrassing hetzelfde doen.

Het stuk hierna is weer erg wazig. Ik weet dat het begon met afdalen, wat niet lekker ging door de vele stenen. Er was een post bij 95 kilometer die ik ook nog wel voor me zie. Verder weet ik het niet meer. De post daarna was bij 106, en dat was de tweede lifebase. Hier was papa dus weer en m'n dropbag ook. Ik zag dat ik nogal wat voorsprong die ik had ten opzichte van de cuttime had ingeleverd, maar ik heb hier toch goed de tijd genomen om te eten. Vanaf hier zou de cuttime ook weer steeds ruimer worden, dus ik ging er vanuit dat het wel goed zou komen. Ik heb warm gegeten, ben van schoenen gewisseld en heb m'n knie nog ingetaped omdat ie al een tijdje zeer deed. Ik lag ondertussen al tijden vijfde dame, wat papa me steeds vertelde. Het interesseerde me eerlijk gezegd geen moer. Ik wilde gewoon de finish halen. Vanaf dit punt kon papa bij meer verzorgingsposten komen, wat ik wel prettig vond. Hoe zwaarder het wordt hoe prettiger ik het vind om af en toe even een bekende te zien.

De volgende post was alweer bij 113, maar er bleek een vreselijke klim tussen te zitten. Super steil en ook super technisch. Weer handen en voeten nodig. Continue met kettingen om je aan op te trekken. Echt heel lastig. Ik weet nog dat ik dacht: je zal de 360 lopen en hier 's nachts langs moeten. Dat had ik echt doodeng gevonden. Gelukkig ging alles goed, en kwam ik weer heelhuids bij papa aan. Papa zei dat het hartstikke goed ging. Hij zei ook: “ik wil je niet opjutten, maar je ligt inmiddels derde”. Eerlijk gezegd dacht ik zoiets als: wat lul je nou. Ik was niemand voorbij gegaan. Maar blijkbaar was de vrouw die derde lag uitgevallen, en degene die vierde had gelegen was langer bij de lifebase geweest dan ik. Wellicht was ze gaan slapen. Oke dan. Aan de ene kant super leuk, maar aan de andere kant werd ik er enorm onrustig van. Ik moest nog ruim 50 kilometer, dus er kon nog zoveel gebeuren. Tegelijkertijd wilde ik natuurlijk heel graag derde blijven. De tien kilometers die volgden naar de volgende stop ben ik dan ook als een gek gaan lopen. Ik had vrijwel de hele dag vijfde gelegen, met een kilometer achterstand op nummer vier. Nu lag ik opeens derde met een kilometer voorsprong. Ik keek continu achterom of ik iemand zag komen. Eerst een stuk klimmen, wat nog goed ging. Daarna een afdaling waarbij het steeds donkerder begon te worden. Het was weer zo'n keienafdaling, en al snel zag ik te weinig om nog veilig zonder lamp verder te kunnen. Er volgde een stuk wat ik er een beetje luguber uit vond zien. Ik weet niet zo goed waarom. Het was vrij vlak, maar ook donker inmiddels, en door een bos langs een beekje. Ik kwam ook langs een veldje waar mensen kampeerden met kampvuur. Ik voelde me niet zo op m'n gemak. Tegelijkertijd probeerde ik zo hard mogelijk te gaan en te rennen waar het maar kon. Ik kreeg het bloedheet. Door de inspanning en door die warme lamp op m'n hoofd.

Bij de volgende stop zei ik als eerste tegen papa: “zeg alsjeblieft dat je je vergist heb en ik achtste lig ofzo”. Maar nee, nog steeds derde. M'n inspanning had wel effect gehad overigens, want in plaats van één kilometer lag ik er nu drie voor. Ik wist alleen ook dat ik het op deze manier niet vol ging houden, dus ik moest echt normaal gaan doen. Wat volgde was een ongelofelijke kutklim. Ik kan er niet meer van maken. Super steil, heel zwaar. Ik stond geparkeerd. Inmiddels was ik ook in de tweede nacht bezig zonder slaap, en dat begon z'n tol te eisen. Ik stond eens op m'n stokken leunend uit te rusten toen ik even m'n ogen dicht deed en merkte dat ik in slaap begon te vallen. Staand slapen kan dus blijkbaar ook gewoon. Snel m'n ogen maar weer open gedaan en verder gezwoegd. Ik begon ook overal schimmen te zien en had het gevoel dat ik achtervolgd werd door het een of ander. Niet heel relaxt. Eenmaal boven was er geen meter vlak maar ging het meteen net zo steil weer naar beneden. Ik liep hier echt hyperventilerend te strompelen. Even te veel medelijden met mezelf. Ik kwam gewoon niet meer vooruit, en ging er vanuit dat werkelijk iedereen harder kon dan ik en m'n voorsprong dus inmiddels wel opgelost zou zijn. Papa zou bij de volgende post zijn, maar stond opeens eerder langs de weg. De post bleek heel lastig te vinden te zijn en daar was hij dus niet. Ik vroeg of nummer vier er al aan kwam maar papa zei van niet. Hij zei dat het verschil nog steeds ongeveer drie kilometer was, maar ik had het gevoel dat hij loog omdat hij aanvoelde dat ik geen slecht nieuws wilde horen. Even later was ik bij de post, die er van buiten nogal dicht uitzag. Er liepen ook meerdere lopers gewoon voorbij. Ik ben toch maar naar binnen gegaan, maar ben er maar heel kort geweest. Ik gunde me er de tijd niet meer voor.

Bij het vertrek vond ik het niet zo duidelijk aangegeven waar ik heen moest, en had serieus even het gevoel dat ik weer terug liep. Gelukkig ging ik toch goed. Volgens mij kwam er eerst weer een erg steile klim. Ik kan me nog een stuk over een soort graad herinneren wat volgens mij hier was. Lastig stuk met grote stenen en spannend zo in het donker en doodmoe. Daarna een afdaling naar de volgende post, maar dat is allemaal een beetje blurry in mijn hoofd. Ik weet nog wel dat ik op een gegeven moment binnen tien minuten drie keer onderuit ging. Slaapgebrek... Toen ik de volgende post al zag liggen moest ik nog een trap van drie treden af en ging daar ook nog bijna onderuit. Hier was ik bij 143 kilometer. Papa was hier gelukkig ook, en vertelde me dat ik nu ongeveer vijf kilometer voorsprong had. Dat was prettig om te horen, dan kon ik even rustig eten. Je kon hier binnen zitten, maar ik ben buiten gebleven. Weliswaar kouder, maar ik dacht dat ik het me niet te comfortabel moest maken als ik ooit nog verder wilde komen. Dus gewoon even een warmer shirt aan en buiten zitten. Van papa moet de volgende anekdote echt in het verslag, dus vooruit. Om aan te geven dat ik een tikkie moe was. Ik had blijkbaar net een stuk banaan gehad toen papa vroeg of ik nog meer wilde eten. Ik vroeg: “is er ook banaan?”. Papa begon te lachen en zei dat ik dat net had gehad. Ik kon me er serieus niks van herinneren.

Ik moest nog ongeveer twintig kilometer. Volgens het kaartje een stuk omhoog, ongeveer net zo ver naar beneden, dan nog een klein stukje omhoog naar de laatste verzorgingspost, en dan alleen nog maar afdalen. Dat zou moeten lukken. Ik zie de klim niet meer voor me, ik weet alleen nog dat ie vreselijk steil was. Ik zag een heel stuk verder en hoger de lampjes van andere lopers. Een van de irritantste dingen van 's nachts lopen vind ik altijd. Toen ik eenmaal boven was en terugkeek zag ik dit keer dus ook lichtjes een stuk lager bewegen, en ik genoot er stiekem even van dat ik nu zelf de ontmoedigende factor was. De afdaling weet ik ook niet meer zo goed, maar ik weet nog wel dat het weer langzaam lichter begon te worden. Ik dacht dat er na die afdaling nog een klein stukje klimmen kwam, maar dat was ook vreselijk steil. Voor de verandering eens niet technisch, maar echt super steil. En het bleef maar links rechts links rechts omhoog gaan zonder dat je zag dat er een einde aan kwam. M'n lamp kon inmiddels weer af. Beetje frisse lucht om m'n hoofd in plaats van dat warme kreng was wel lekker. Ik zag nog steeds vreemde dingen overal die weer verdwenen als ik dichterbij kwam. Eindelijk zag ik papa staan. Bleek dat hij hier niet met de auto mocht komen en ook maar was gaan lopen. Ik riep hardop naar 'm welke gek deze klim had bedacht, (Nouja, ik zei wat anders maar dat is niet geschikt voor m'n website...) en papa zei dat hij ook omhoog was gegaan. Ik lachte en zei: “ja, grapjas, met de auto”. Maar toen hoorde ik dus dat ie ook lopend was. Gelukkig, want ik stortte hier mentaal even in en was heel blij dat hij er was. Ik wilde zo ontzettend graag slapen. Er was hier geen bereik voor internet, dus we konden ook niet kijken hoe mijn voorsprong was. Ik kon alleen maar hopen dat ze net zo moe was als ik.

Ik kwam na een korte pauze amper meer overeind, en de eerste stappen gingen bijzonder stijf en traag. Gelukkig werd dat ook snel weer beter. Het blijft af en toe verbazingwekkend wat je je lichaam aan kan doen. De afdaling was gelukkig niet technisch, maar duurde wel erg lang vond ik. Na een tijdje kon ik Le Bouveret zien liggen, maar dat lag nog een heel stuk lager en ik leek niks dichterbij te komen. Bij elk geluid wat ik hoorde dacht ik dat ik toch nog werd ingehaald door de vierde vrouw, maar het waren andere lopers, een paar mountainbikers of mijn verbeelding. Eindelijk kwam ik zo laag dat ik redelijk ter hoogte van Le Bouveret kwam. Ik haalde een andere loper in en wilde aardig zijn en zei dus: “we are going to make it!”. Hij mompelde iets terug maar leek aanzienlijk minder enthousiast dan ik. Dan niet hoor. Ik was blij. Het laatste stuk ging door de stad. Het was vlak en ik kon nog aardig rennen ook. Soms weer even wandelen tussendoor maar voor de zekerheid ging ik dan toch maar weer rennen. Om eerlijk te zijn had ik nooit helemaal geloofd dat ik echt derde lag. Het leek me zeer onwaarschijnlijk, en ging er nog altijd een beetje vanuit dat het niet klopte. Eenmaal bij de finish was er niemand die iets omriep, geen enkele aandacht voor de derde vrouw. De speaker stond met een paar meiden van de vijftien kilometerloop te praten. Ik plofte neer, en dacht: zie je wel, het klopt niet. Maar het maakte me niet eens uit. Ik had het wel gehaald. Toch kwam toen de speaker op me af en feliciteerde me en vertelde wanneer de prijsuitreiking zou zijn. Toch echt derde dus! Ik besefte het toen pas. En eigenlijk besefte ik me ook toen pas dat ik het gewoon gehaald had.

Toen ik er aan begon wilde ik alleen maar de finish halen. Doordat ik de laatste vijftig kilometer alleen maar met die derde plek bezig was, had ik helemaal geen tijd meer om te twijfelen of ik het überhaupt wel zou gaan halen. En ik weet dondersgoed dat er geen toppers aan de start stonden, maar wat kan mij dat schelen. Gewoon m'n eerste 170 kilometer uitgelopen en nog podium ook. Heel gaaf. Mentaal vond ik het vreselijk zwaar. Ik had nog nooit langer dan 120 gelopen, en of je nou wilt of niet, je gaat toch steeds uitrekenen hoever je nog moet. En ook als je de eerste nacht net gehad hebt dingen denken als: ik moet nog een hele dag, daarna nog een hele nacht, en dan ben ik er pas. Dat lijkt zo uitzichtloos ver weg dat je die gedachtes maar snel weg moet drukken. Maar dat lukt niet altijd natuurlijk. Gelukkig ging het qua eten en drinken dit keer heel goed. De elektrolyten hebben ontzettend goed hun werk gedaan.

Inmiddels zijn we een week verder en gaat het herstel toch wat langzamer dan ik gehoopt had. Ik ben nog steeds heel erg moe. Niet alleen lichamelijk maar ook mentaal. Qua spierpijn valt het allemaal heel erg mee. Daar heb ik eigenlijk nooit lang last van. De eerste dagen had ik een enorm dikke linkervoet en enkel. Gelukkig trok dat ook weer weg. Veruit het irritantste is dat ik geen gevoel heb in de tenen van m'n rechtervoet. Of in ieder geval niet zoals het hoort. Ik hoop dat het snel weer bijtrekt want ik heb niet zoveel geduld en het voelt heel vervelend.

Meestal zeg ik bij de finish dat ik het nooit meer doe, na een dag dat het toch wel leuk was, en na twee maak ik nieuwe plannen voor het volgende jaar. Nu duurde ook dat iets langer, maar inmiddels ben ik wel weer zover dat ik het nog wel eens wil doen in ieder geval.