Harriët Koorn

Over Harriët

Al zo lang als ik me kan herinneren, ben ik met sport bezig.
Op mijn derde schaatste ik al mijn eerste tocht op natuurijs. Vanaf mijn zevende ben ik op schaatsles gegaan, en vanaf mijn elfde zijn daar wedstrijden bijgekomen. Het is altijd mijn droom geweest om topschaatsster te worden, en ik heb daar dan ook altijd erg fanatiek voor getraind.
Ik heb tot mijn 21e ieder jaar progressie weten te boeken, en ik had er nog altijd erg veel plezier in. Dat jaar ben ik ook twee keer mee geweest op trainingskamp met Martina Sáblíková. Ik heb hier enorm veel van geleerd en het was een ervaring die ik nooit zal vergeten. Als alles goed was blijven gaan had ik het jaar daarop wellicht nog wel eens mee gemogen.
Helaas heb ik in de winter van 2009/2010 een zwabbervoet gekregen. Dit houdt in dat ik geen controle heb over hoe ik mijn rechterschaats op het ijs neerzet. Het komt wel eens vaker voor bij schaatsers, maar er is nog altijd niet duidelijk hoe het komt en helaas ook niet hoe je er weer vanaf komt. Ik heb nog twee jaar de hoop gehad dat het weer goed zou komen, maar toen dat niet gebeurde heb ik het opgegeven.
Hoewel ik inmiddels al een paar jaar niet meer schaats, blijft het lastig om te accepteren dat ik het niet meer kan. Het is altijd mijn grote passie geweest, en dat gevoel is niet zomaar weg. Doordat schaatsen technisch zo’n moeilijke sport is, wordt de kick ook des te groter als alles gaat zoals je wilt. Dat vind je niet zomaar in iets anders.

Omdat ik niet zonder sport kan, heb ik toen besloten om te gaan wielrennen. Ik fietste al jaren als training voor het schaatsen, en ik wilde nu wel eens proberen om wedstrijden te gaan rijden. Zo heb ik in 2012 en 2013 bij de Swaboladies gefietst. Dit is een damesclubteam, samengesteld uit leden van de verenigingen Swift, Avanti en de Bollenstreek.
Clubkoersen reed ik al langer, maar koersen in het damespeloton is toch heel wat anders. Het peloton bestaat meestal uit meer dan 100 rensters, en dames reageren heel anders op situaties dan de meeste mannen bij clubkoersen dat doen. Er wordt heel wat afgescholden, en bij alles wat er gebeurt knijpen de meeste altijd meteen vol in de remmen, met alle gevolgen van dien. Dames gunnen elkaar geen centimeter ruimte, en elke koers zijn er dan ook onnodig veel valpartijen. Ik voel me niet erg thuis in zo’n peloton. Qua snelheid hou ik het over het algemeen prima bij, en mijn conditie is ook goed genoeg om koersen van 130 kilometer uit te kunnen rijden. Ik ben alleen doodsbang in het peloton. Ik ben bang om anderen te raken en te vallen. Als het maar een beetje krap wordt of iemand probeert me klem te rijden dan maak ik plaats. Hierdoor kom ik altijd aan de achterkant van het peloton uit, omdat daar wat meer ruimte is. Het kost veel meer energie om daar te rijden, doordat er altijd gaten vallen die je dus continu weer dicht moet rijden. Ik had gehoopt dat ik aan het peloton zou wennen en mijn angst minder zou worden, maar dat is helaas niet zo.
Wat ik wel erg leuk vind zijn tijdritten. Hierin ben ik sinds ik wedstrijden rijd erg verbeterd, en in 2013 heb ik me voor het eerst geplaatst voor het NK. Tijdrijden is alles wat ik mooi vind aan sport. Afzien, kijken hoe ver je kan gaan voor je lichaam echt aangeeft dat het genoeg is geweest, en eerlijkheid. Alleen een klok die bepaald wie de beste is. Geen tactische spelletjes, en al helemaal geen gedrang en vechten voor je plekje.
Doordat ik bang blijf, heb ik na twee jaar besloten om niet meer bij de Swaboladies te blijven fietsen. Ik heb te weinig plezier in de wegwedstrijden, en voor de tijdritten heb ik geen ploeg nodig. In 2014 kom ik dus weer gewoon uit voor mijn club LRTV Swift. Ik richt me voornamelijk op de tijdritten, en wil me weer plaatsen voor het NK. Verder kan ik me ook zonder ploeg evengoed gewoon inschrijven voor de meeste wegwedstrijden, mocht ik het toch nog een keer willen proberen.