Harriët Koorn

Lavaredo Ultra Trail

23 juni 2017

Laat ik beginnen met: wat was het gaaf. Ik heb weliswaar vanaf halverwege gigantisch afgezien, maar wel in een schitterende omgeving. Het blijft fantastisch om zoiets te kunnen doen. Ik zei na afloop dat ik het nu écht nooit meer ging doen, maar papa geloofde me meteen al niet. Terecht denk ik...

Ik had nog niet eerder een trail gelopen die 's avonds begon, en waarbij je dus meteen een nacht wakker blijft. Ik was de hele vrijdag dan ook best wel nerveus. En wat doe je in godsnaam nog op zo'n dag? 's Ochtends hebben papa en ik nog een rondje met de auto gereden om nog even een paar verzorgingsposten op te zoeken zodat papa zeker wist waar hij heen moest. Verder heb ik maar wat in de zon gezeten en op de bank gehangen. Ik heb heel even in mijn bed gelegen, maar ik word meestal alleen maar heel suf als ik overdag in slaap val, dus dat leek me niet zo lekker. Verder heb ik de zeer uitgebreide routebeschrijving die ik van Sarah Willis had gekregen nog tig keer doorgelezen. Ik had gevraagd om wat tips, maar kreeg een complete handleiding. Geweldig!

We zijn om half 10 richting de start gegaan. Ik had geen zin om anderhalf uur in het vak stijf te worden, dus heb eerst nog even gezeten. Om half 11 ongeveer ben ik denk ik pas in het vak gaan staan. Toen stond het ook snel vol trouwens. De vele italianen die te laat waren gekomen om een beetje vooraan te staan klommen over de hekken heen waardoor het een enorm benauwende ervaring was. Ik kon me serieus amper bewegen en kreeg het er warm van. Met nog een minuut of tien voor de start klonk Highway to hell. Vond ik humor. Daarna aftellen en GAAN.

Start is dark, easy on the road. Er werd gigantisch aangemoedigd in Cortina. Nog nooit in deze mate meegemaakt. Ik ben er niet goed in om na een tijd stilstaan hard weg te rennen, en laat me niet gekmaken door iedereen die dit wel kan. Then climb and up into the gravel road. Just relax and climb well. Dat is precies was ik doe. Ik word ingehaald, ik haal in. En wat ik verder doe is eten. Altijd mijn grootste probleem, dus ik had me voorgenomen elk half uur wat te nemen en hou me daar dit keer ook aan. Then a bit of a technical downhill. It isn't too long, but it is a relief when it is over. Dit had me nerveus gemaakt, maar het viel enorm mee. Ik vond het een prima renbare afdaling. Papa staat bij een kilometer of 15 voor het eerst langs de route. Hij mag hier niks doen, maar moedigt me aan. Even daarna laat ik een boer en heb ik opeens m'n mond vol kots. Tot zover elk half uur wat eten...

Climb to Forc. Son Forca is a mountain... it is dark. Dat is ook meteen het enige wat ik me er nog van kan herinneren. Er volgt een afdaling langs de Passo Tre Croci, waar papa ook zou staan. Ik voel me sterk en het gaat super. Ook deze afdaling kan ik prima blijven rennen en ik haal veel mensen in. Ik haal nooit mensen in tijdens een afdaling dus dit geeft mijn vertrouwen een enorme boost. Ik zwaai naar papa en ren verder over een stuk vals plat. Het is nog donker en ik loop dus nog met lamp, maar kan alles prima zien. Ik heb een lekker tempo en geniet van hoe ik me voel en BAM. Ik klap keihard voorover op de grond en geef een schreeuw. Ik vermoed dat ik een keitje over het hoofd heb gezien waar ik over ben gestruikeld, maar weet het niet eens zeker. M'n stokken liggen een paar meter verder en ik ga zittend op de grond na of alles nog heel is. Er komen meteen een stuk of vier mannen aan die me overeind helpen. Ze rapen zelfs m'n stokken voor me op en wijzen naar een klein stroompje water waar ik m'n bloedende hand kan afspoelen. M'n knie bloedt een beetje, maar verder lijkt het mee te vallen. M'n hand ligt alleen zo open dat ik mijn stok niet meer normaal kan vasthouden. Ik kijk hoeveel kilometer ik heb gehad: 28. De volgende post is bij 33. Hier is ehbo dus ik hoef niet zo lang zo door te lopen gelukkig. Er moet iets met die hand in ieder geval, want zonder stokken haal ik het niet. Just watch your decent into Federavecchia. It is still dark there, so just stay focused and run smooth. Dat had ik eerder moeten doen. Het is een prima afdaling maar ik heb de schrik in m'n lijf en sukkel naar beneden. Bij de post ga ik meteen naar de medische hulp. Ze vragen vermoeid of ik hulp nodig heb. Ja duh. Ze plakken wat op mijn hand, probleem opgelost. Papa vraagt nog of ze niet even naar m'n knie moeten kijken maar ik zeg dat het alleen maar geschaafd is en wuif het weg. Ik moet eten en weer door.

Van de klim naar Misurina kan ik me niks meer herinneren. Ik ben blij dat ik mijn stok weer normaal kan vasthouden en baal nog wat van mijn val. Het lijkt allemaal wel mee te vallen maar ik kan echt wel voelen dat ik onderuit ging. Beurs, stijvig. En zo stom om op zo'n makkelijk stuk juist te vallen. Let dan ook op... If you manage to get to Misurina, you are doing great. Misurina is Beautiful. Dat is het zeker. Het is een meer en de zon is inmiddels opgekomen. De gouden gloed schijnt op de toppen van de bergen achter het meer. Mensen maken selfies. Ik ren door. Het is hier vrijwel vlak en ik had me voorgenomen overal te rennen waar mogelijk. Geen gewandel om bij te komen. Niet zeuren maar door. Ik heb nu een kilometer of 42 gehad en voel me los van die val prima. Wel ben ik niet meer alert genoeg op mijn eten. Dat heb ik hier nog niet door, maar achteraf weet ik het wel. Ik zeg papa gedag, en roep nog dat hij even wat foto's van het uitzicht moet maken. Climb to Rif Auronzo is good, mountain climb, but normal. Nou, dat vond ik dus niet. Zware kutklim is meer wat in mij opkomt... Ik weet waar ik heen moet, want ik ben eerder deze week met papa bij Rif Auronzo geweest. Ik zie ook waar ik heen moet en dat is nog een heel stuk hoger dan waar ik loop. Er loopt een stel italianen achter me die continue blijven kletsen. Ik erger me eraan. Ik heb amper lucht om normaal te lopen en zij blijven maar kletsen. Hou je kop! Ik voel me tijdens deze klim voor het eerst vandaag niet meer zo sterk. De zon maakt het inmiddels ook een stuk warmer. Eenmaal boven ga ik even zitten bij de post, en probeer te eten. Papa is hier ook weer, maar mag me verder niks geven. Het waait hier best wel en ik krijg het koud. Ik vul m'n water aan en ga weer verder. Het komende stukje ken ik. Van hier tot aan de Tre Cime di Lavaredo heb ik afgelopen week ook gelopen. Het is een stukje vrij vlak, een stukje even wat klimmen en dan dat schitterende uitzicht. Ik ben blij dat ik woensdag al tig foto's heb gemaakt. Nu ren ik door.

Long gradual rocky gravel road decent. Hier merk ik voor het eerst dat ik last heb van mijn knie. Elke stap van de afdaling voel ik de schok door m'n knie gaan. Ik baal. Normaal heb ik vaak dat mijn bovenbenen de afdalingen niet aankunnen. Daarom ben ik weer krachttraining gaan doen. Dat heeft duidelijk geholpen, want mijn linkerbeen heeft nergens last van. Die rechterknie alleen... Steeds die klappen erop. Het leidt me af. Ik schiet niet op en ik vergeet ook te eten. Ik wou dat ik beneden was. Then a flat'ish road to Cimabanche. Need to run there as much as you can. Ik probeer het, maar ik ren niet meer lekker. Ik voel me lichtelijk uitgeput. Ik heb honger en dorst. Dan ben je al te laat natuurlijk. Ik probeer te rennen, tot die boom daar, tot die bocht, ik probeer mezelf op te jutten, maar moet ook steeds weer tussendoor wandelen. Ik ben niet de enige trouwens. Iedereen hier lijkt redelijk ingekakt. De post bij Cimabanche is bij 66 kilometer. Papa is hier ook, en mag me hier ook weer alles aangeven wat ik maar wil. Ik kom volledig uitgeput aan. Ik weet het probleem: ik heb niet gegeten. Ik heb zelfs te weinig gedronken. Hoe stom kun je zijn. Ik had me nog zo voorgenomen er niet wéér in te trappen dit keer. Papa zegt dat ik meteen moet eten, maar ik kan het niet. Ik moet eerst bijkomen. Ik ga zitten maar ga me alleen maar slechter voelen. Dit gaat mis. Ik voel dat ik ga flauwvallen. Ik wil liggen. Papa helpt me naar een bankje en ik ga liggen. Gelukkig blijf ik hierdoor bij. Ik vermoed dat als de organisatie me echt zou zien flauwvallen ik vast niet meer verder mag. Ik weet uit ervaring dat ik nogal raar ga schokken voordat ik flauwval namelijk. Gelukkig gebeurt dat allemaal niet, maar erg best voel ik me natuurlijk ook niet. Opeens krijg ik het heel koud. Zal wel komen doordat ik te weinig heb gedronken. Papa probeert me te laten eten. Haalt wat fruit voor me, stokbrood, koekjes. Het duurt tijden, maar langzaam ga ik me weer beter voelen. Ik heb serieuze twijfels of ik wel verder moet gaan, maar ik wil niet opgeven. Dan maar een lange pauze. Zonde van mijn tijd, maar ik wil doorgaan. Ik ben pas bij 66 km. No way dat ik halverwege al opgeef. Ik geef nooit op. Sport is niks anders dan continue je grens opzoeken en er voorbij, en dat is precies wat ik ga doen.

Vanaf de post is het eerste stukje vlak, en hoewel het niet van harte gaat kan ik weer een beetje rennen. Daarna volgt weer een klim. Ik probeer niet verder te denken dan deze ene klim. Er komt uiteraard nog veel meer aan en daar wil ik even niet aan denken. De klim gaat best goed. Ik voel dat ik weer wat meer energie heb. Noodzaak is wel dat ik blijf eten nu. Het blijft ontzettend moeilijk maar ik doe mijn best. In de afdaling naar de post bij Malga Ra Stua voel ik m'n knie weer en ik erger me eraan. Bij de post eet ik eerst wat pasta. Ik vind het smerig maar weet dat ik het nodig heb. Daarna ga ik weer naar de medische hulp om te vragen of ze m'n knie kunnen intapen. Hij is inmiddels behoorlijk dik geworden en het loopt niet lekker. De arts en assistent spreken handig genoeg vrijwel alleen Italiaans. Ik niet. Er komt iemand (Nouja, iemand. Een onwijs knappe italiaan mag ik wel zeggen...) van de organisatie bij om te vertalen. Ik leg uit dat de dreunen van de afdaling nogal irritant zijn en dat ik wil dat ze het intapen om de schokken tegen te gaan. Wonderlijk genoeg hebben ze helemaal geen tape. Wel verband, en dat wikkelen ze tig keer om m'n knie. Ze beginnen al halverwege m'n kuit zodat ik een soort halve mummie word. Ze vragen ook continue of ik verder wil. JA natuúúlijk. Anders kon die knie me ook niks meer schelen hoor. Ik mag verder, maar ze willen dat ik eerst tien minuten blijf zitten met ijs op mijn knie. Deze stop is bij zo'n 76 kilometer en ik viel bij 28. Dat zal dus weinig meer helpen. Stom genoeg wikkelen ze ook nog eens eerst m'n knie in en leggen dan het ijs erop. Dat komt natuurlijk niet door die lagen verband heen en ik zit er dus tien minuten voor niks. Maar ja. In eerste instantie lijkt het verband er alleen maar voor te zorgen dat mijn knie nog minder kan bewegen, maar na een tijdje lijkt het er toch minder pijn door te gaan doen.

Then you come to a river crossing and start a gradual crazy long HOT climb out in a valley. HOT HOT HOT... Fill water and be mentally ready for that. Lekker bemoedigend wel. Maar ja, stap voor stap en in beweging blijven. Hot is het zeker. Zo nu en dan komt er water van de berg naar beneden over het pad, en iedereen die ik zie probeert zich daarmee af te koelen. Zelf gooi ik steeds met mijn bekertje water over mijn hoofd heen om af te koelen. Jammer genoeg staat er hier geen zuchtje wind, dus het helpt amper. Ik weet dat ik moet eten, en ga even in de schaduw op een rots zitten. Ik zit een beetje onder een waterval wat in nevel over me heen komt. Lekker. Zitten is eigenlijk vreselijk, want ik weet dat het daardoor alleen nog maar langer gaat duren. Ik moet alleen echt even de tijd nemen om te eten, want anders doe ik het weer niet. Ik ga over op rozijnen en gedroogde abrikozen en krijg het zowaar weg. Er lijkt geen eind te komen aan dit stuk. We lopen een tijd langs een soort rivierbedding en moeten er af en toe doorheen. Sommige lopers doen enorm moeilijk met stenen om maar te zorgen dat hun voeten droog blijven. Het interesseert mij geen reet en ik spring en dwars doorheen. Ene keer met links, volgende keer met rechts. Beide voeten nat. Ik hou van symmetrie...

Een paar kilometer voor de top is er een waterpost. Ik vraag hoever het is tot de top. Drie kilometer, en nog eens twee extra naar de volgende stop. Voor m'n gevoel duurt het veel langer. Tijdens de afdaling begint het te regenen. Steeds meer mensen trekken jackies aan. Ik heb er geen zin in. Heb een hekel aan dat jack. Zweet me er altijd een ongeluk in waardoor ik net zo nat word als van de regen. Toch trek ik het uiteindelijk aan omdat ik het koud krijg. Ik heb ergens onderweg m'n armstukken aan papa afgegeven omdat het toch stikheet was, maar daar baal ik nu van. Eindelijk kom ik bij de stop en zie ik papa weer. Ik heb nu 95 kilometer gehad. Ik eet wat noodle-achtige smurrie en rust weer even uit. Ik zou sneller door willen, maar heb de pauzes helaas echt nodig nu.

Switchbacks and a bit steep but nice. Ik weet waar ik heen moet, want ik ben er donderdag nog geweest. Op de top heb je uitzicht op de Cinque Torri. De top ligt aanzienlijk hoger dan de Cinque Torri. Ik zie de krengen de hele klim liggen en weet dus ook continue dat ik nog een heel stuk hoger moet. Wat gek genoeg helpt is dat ik weer mensen in ga halen. Afgetrainde trailmannen zuchten zich de berg op en staan steeds stil. Ik blijf liever continue bewegen. Dan maar een langzamer tempo, maar wel in één keer omhoog. De top is bij Rif Averau en vanaf daar ken ik het tot de volgende stop. Weliswaar liep ik dit donderdag andersom, maar toch helpt het om te weten wat me te wachten staat. A traverse on gravel road then into some rocks... gradual down with some wooden stair things in to the aid at Passo Giau. Ik ga weer lekkerder lopen. Klim vrij gemakkelijk over de stenen. Het wordt steeds donkerder maar ik heb het al zo warm dat ik nog geen zin heb om die lamp op m'n hoofd te hebben. Doe ik bij Giau wel. Hier is papa ook en mag ik weer eten aanpakken. Nog altijd krijg ik een minimale hoeveelheid weg, maar ik doe mijn best. Ik zit inmiddels al lang niet meer op mijn streeftempo, maar heb nog altijd enorme speling met de limiettijd. Daar hoef ik me dus geen zorgen om te maken. Nog 'maar' ruim 17 kilometer en ik ben er. Ik zet m'n lamp op en ga weer verder.

Then decend kind of a traverse with some steep switch backs, a heafty mountain to the top of that point... be ready to be out of breath there! Het regent weer en het eerste stukje afdaling vind ik best eng. Ik moet even wennen om weer in het donker te lopen. Ik zie vele lichtjes voor me, en ik zie vooral de klim waar Sarah het over heeft. Ik moet nog best een stukje naar beneden en dan recht omhoog zo te zien. Het is echt een heel steile klim. Ik probeer niet te kijken naar waar ik heen moet, maar stap voor stap verder te gaan en me niet gek te laten maken. Dolbij als ik boven ben. Then gradually down trough a basis of lakes and rocky bits. Sarah loopt natuurlijk altijd een stuk sneller dan ik. Ik zie geen meren. Het is pikdonker. De enorme rotsblokken zie ik wel. Die komen goed van pas, want ik raak aan de diarree en verdwijn achter zo'n rots... Mocht je toevallig nog eens 105 kilometer achter elkaar lopen, probeer voor de grap eens om op je hurken te gaan zitten. Valt nog helemaal niet mee! Het begint te onweren en af en toe wordt de hele omgeving even verlicht door een enorme lichtflits. Ik vermoed dat het hier erg mooi is. Then down quite a lot to the Rif Croda da Lago. Ik zie de post al een tijdje liggen en hoor het vooral, omdat er een of andere generator aan staat of zo. Ik eet hier nog wat noodles, en begin aan de laatste 10 kilometer. Het meer kan ik overigens maar een klein beetje zien met m'n lamp. Jammer.

Then begins the weird downhill... half trail, half cow path, has always been muddy there... Just get your feet wet and try to keep moving. Het eerste stuk vind ik het erg meevallen met de modder. Ik loop door een bos. Het regent wat maar dat voel ik amper, en ik zie het zo nu en dan flitsen. Ik duik voor de tweede keer de berm in. Ik hou het niet tot de finish. Alsof je je nog niet ranzig genoeg gaat voelen op zo'n dag... Eindelijk zie ik lichtjes van wat alleen maar Cortina kan zijn. Maar dan draait het pad opeens weer een beetje weg en verdwijnen ze weer. Ik trek het niet meer. Houdt het dan nooit eens op. Ik kan niet meer. Bloed zweet en tranen. Nou, dat klopt bij deze trail precies en ook nog in die volgorde. Ik heb even te veel medelijden met mezelf, en begin wat te hyperventileren. De mensen die al de hele tijd achter me lopen gaan me voorbij en verdwijnen vrij snel uit zicht. Daar baal ik dan ook weer van en denk: stel je niet aan. Zo duurt het alleen maar langer. Then there may be a person to say you are 4 km to the finish. Keep going. It will feel like way longer... but it is quick. Convince yourself to become flying into town... Haul ass to the finish. Eindelijk kom ik het bos uit en ben ik in Cortina. Ik zie de kerk al liggen waar de finish is. Ik denk dat ik niet meer kan rennen, totdat een vrouw naast me me aanspoort om samen te rennen naar de finish. Ik hou haar in eerste instantie niet bij, maar het wordt weer beter en ik ga haar voorbij. Ik ga weer steeds sneller en haal nog best wat wandelende trailers in. Eindelijk ben ik op het laatste lange rechte stuk naar de finish. De mensen die nog wakker zijn moedigen me luid aan. Een trailer die net zelf is gefinisht en langs de route zit te rusten staat op, loopt op me af en geeft me luid juichend een high five en zo kom ik dan eindelijk rennend over de finish. Ik heb het gehaald. In 26:51:14. Steenkapot maar zo ontzettend blij. Ik had stiekem het doel om op zaterdag de finishen, en dus binnen de 25 uur. Dat is jammer genoeg niet gelukt. Dan had ik niet moeten vallen en wel moeten eten. Evengoed ben ik alleen maar blij.

Ik was er klaar voor. Ik voelde me een heel stuk beter dan ooit. Afdalen ging, even los van m'n knie, beter dan ooit. Eten blijft wel een enorm probleem. Ik heb echt van alles geprobeerd. Allerlei verschillende dingen. Niks helpt. Ik lustte vroeger met schaatsen vlak na een inspanning al geen eten. Bij deze afstanden kom je er alleen niet mee weg. Ik ben nu periodes zo leeg geweest dat ik zelfs misselijk werd van een slok water. Het zou gigantisch schelen als ik iets vond wat ik wel kon blijven eten. Ik blijf doorzoeken.

Zondag deed mijn knie onwijs zeer. Hij kon niet meer echt buigen en ook niet strekken. Na een tijdje strompelen werd het wel steeds iets beter, maar zodra ik weer even had gezeten kwam ik weer amper van m'n plek. Verder had ik eigenlijk nergens last van, wat voor mij nog eens bevestigt dat ik er klaar voor was. Het kan natuurlijk nog een stuk beter, maar dat kan nou eenmaal niet zomaar ineens. Gelukkig was m'n knie maandag op de terugwel alweer vrij normaal, en doet ie inmiddels weer alles. Ik heb alleen nog overal blauwe plekken, en ik ben doodmoe. Nu herstellen en daarna weer trainen voor volgende doelen. En dus op zoek naar ander eten, want ik wil stiekem toch nog veel meer trails doen.