Harriët Koorn

Let's give it a tri

13 augustus 2016

Afgelopen zaterdag was het dan zover. Op mijn verjaardag deed ik mee aan mijn eerste triathlon. Ik heb dat altijd al eens willen doen en had me, zonder er al te lang over na te denken, maar gewoon opgegeven.

Papa ging mee, en zo gingen we samen maar Urk, voor mijn 1/8e triathlon. Niet te gek beginnen dacht ik. Lang zat voor de eerste keer. Geen excuus, maar ik had me niet al te best voorbereid. Ik heb één keertje gezwommen om te kijken hoe ver 500 meter eigenlijk is, en na de Eiger Trail had ik niet meer hardgelopen. Fietsen daarentegen gaat de laatste weken weer steeds wat beter.

Aangekomen in Urk bleek het vrij hard te waaien. Het zwemmen gebeurde in het IJsselmeer, en er waren aardig hoge golven. Ik was bloednerveus. Ik kan al niet zwemmen, en dan ook nog met zulke omstandigheden. Ik kan geen borstcrawl dus heb het maar bij schoolslag gehouden. De eerste helft zwommen we vol in de golven. Ze kwamen van de zijkant en het zwom echt heel lastig. Ik kreeg ook steeds water binnen. Ik had een tijdje het gevoel dat de boei niks dichterbij kwam en ik gewoon op dezelfde plek bleef dobberen. Uiteindelijk bleek er toch vooruitgang in te zitten. Na het ronden van de boei zwommen we de haven in waar het water veel rustiger was. Ik had papa gewaarschuwd dat ik vast als laatste uit het water zou komen, maar hij bleef maar roepen dat het goed ging. Toen ik verbaasd achterom keek bleek ik inderdaad nog lang niet achteraan te liggen.

Eenmaal uit het water snel rennen naar m'n fiets. Dat voelde raar! Alsof m'n benen er achterstevoren aan zaten. Heel maf. Vanaf m'n fiets naar het punt waarop je mocht fietsen was niet zo lang. Ik heb er dan ook voor gekozen om m'n wielersschoenen al aan te doen en daar op te rennen dat kleine stukje. Ik heb geen triathlonschoenen, die veel makkelijker al fietsend aan te krijgen zijn dan de mijne. Dit leek me dus de snelste manier.

Eenmaal op de fiets voelde ik me gehaast omdat ik iedereen in wilde halen. Ik had de uitslag van vorig jaar gezien en ingeschat dat ik de snelste fietsttijd moest kunnen halen. Ik haalde dan ook alleen maar mensen in. Niemand ging mij voorbij. Ik ben van tijdritten gewend me volledig op mezelf te focussen, maar dat kon hier niet. De meeste wielrenners kunnen al niet sturen, maar triathleten al helemaal niet! Het was dus erg oppassen, ook door de grote verschillen in snelheid. Gelukkig is alles goed gegaan. De laatste vijf kilometer ongeveer waren tegenwind. Met in m'n achterhoofd het idee dat ik nog moest rennen fietste ik toch anders dan ik normaal met een losse tijdrit had gedaan. Ik probeerde lichter te blijven trappen dan anders, maar er stond echt veel wind.

Eenmaal gewisseld naar loopschoenen moest ik nog vijf kilometer hardlopen. Bij het wegrennen merkte ik meteen: dit gaat nog zwaar worden. Ik hijgde enorm en er zat absoluut geen snelheid meer in. Ik kon maar één tempo en ritme, en niet even wat aanpassen of versnellen. Papa riep dat ik vierde lag, (27e na het zwemmen) maar ik had al wel door dat ik dat niet ging vasthouden. Dat lukte dan ook niet. Ik werd steeds ingehaald en kon bij niemand aanpikken. De kilometers gingen traag voorbij, en zo kwam ik als 9e dame over de finish, 7e in mijn leeftijdscategorie.

Ik wilde het vooral een keer proberen om te kijken of het net zo leuk was als het me altijd heeft geleken. Dat was absoluut zo. Ik vond het erg gaaf. En ik kan nog ontzettend veel verbeteren, wat het een mooie uitdaging maakt om het een volgende keer beter te doen. Met fietsen had ik inderdaad dik de snelste tijd (van de dames). Met zwemmen moet ik borstcrawl gaan leren, want daar kun je nou eenmaal veel sneller mee. Hardlopen moet ik weer gewoon regelmatig gaan doen, en verder moet ik m'n gewicht weer op orde krijgen. Genoeg te verbeteren dus. Op naar een volgende keer!