Harriët Koorn

Eiger Ultra Trail

16 juli 2016

Nooit meer, zeg ik nu. Wat heb ik vreselijk afgezien. Maar, ik heb het wel gehaald binnen de toegestane tijd. Toch ook wel een beetje trots dus.

Dinsdag vertrokken papa en ik naar Grindelwald. Zo kon ik nog een paar dagen aan de hoogte wennen en vooral aan de bergen. Ik moet er toch altijd weer even inkomen zo vanuit ons vlakke landje. Helaas werkte het weer niet mee. Het heeft drie dagen lang zo'n beetje non stop geregend. Woensdag heb ik twee uur in de regen gelopen, maar daar had ik verder geen zin meer in. Donderdag heb ik daarom niks gedaan qua lopen. Vrijdag was het af en toe droog, en heb ik nog een klein stukje van de route gelopen. Ondanks het weer voelden mijn benen goed. Ik liep makkelijk en kreeg er daardoor steeds meer vertrouwen in. Natuurlijk waren er ook zenuwen, maar ik had er vooral zin in.

Het enige lastige was eigenlijk de schoenkeuze. Ik heb twee paar trailschoenen. Simpel gezegd een paar voor mooi weer, en een paar voor prutomstandigheden. De mooi-weer-schoenen zitten ontzettend lekker, het andere paar vind ik nooit zo geweldig. Ik was dus steeds van plan om gewoon op de lekkere te gaan. Totdat ik vrijdag foto's zag van de Faulhorn, het hoogste punt van de race op bijna 2700 meter. Er was verse sneeuw gevallen en niet te weinig ook. De mensen die de route uitpeilden liepen zelfs op sneeuwschoenen. Toen begon ik enorm te twijfelen, want ik was bang dat mijn lekkere schoenen daar geen grip op zouden hebben. Voor zaterdag werd schitterend weer voorspeld, dus de kans was groot dat er weer veel zou wegsmelten zodat het een blubberbende zou worden. Uiteindelijk durfde ik het dus niet aan, en besloot ik toch te starten op de niet zo lekkere schoenen. Papa zou het andere paar steeds meenemen naar de punten waar hij zou staan, zodat ik altijd nog kon wisselen.

Zaterdagochtend om half vijf was de start. Ik werd inmiddels toch behoorlijk zenuwachtig. Ik stond bijna vooraan bij de start. Normaal doe ik dat niet omdat ik vind dat ik daar niet hoor, maar niemand liep naar voor in eerste instantie dus dan moeten ze het zelf maar weten ook. Ik had met papa afgesproken waar hij zou staan, en de route-informatie zat als plakplaatje op mijn arm. Na de start rende iedereen keihard weg, omdat het eerste stukje nog door het dorp liep. De betere renners willen natuurlijk niet in de drukte de smallere paden op. Ik werd aan alle kanten voorbij gerend. Ik kan geloof ik niet zo goed vanuit het niets hardlopen om half vijf 's nachts... Maar goed, ik had dan ook maar één doel, en dat was binnen tijd finishen.

De eerste klim ging richting de Grosse Scheidegg, en ik voelde me niet zo sterk. De afgelopen dagen was het zo lekker gegaan, en nu totaal niet. Ik ging er maar vanuit dat het door het tijdstip kwam, en dat ik nog 95 kilometer had om er in te komen. Geen paniek. Vlak voor ik bij de eerste post was kwam de zon op, en scheen op de toppen van de berger. Dat zag er schitterend uit. Ook was het weerbericht uitgekomen. Na drie dagen regen was het een schitterende dag. Strakblauwe lucht en zon. Vanaf hier ging de route richting First. Hier kwamen we twee keer. Nu alleen even snel er langs, en de tweede keer was er een post. Papa stond hier, dus die zag ik ook twee keer. Na de eerste keer kwam er een afdaling, en daarna dus weer een klim opnieuw naar First. Het zag er steil uit maar hier begon ik lekker te lopen, en ik kwam prima boven. Qua tijd ging het ook goed, ik liep ruim boven de vijf kilometer per uur, wat ik stiekem altijd wel als richttijd aanhoud. So far so good.

Hierna gingen we richting de Faulhorn. Ik was erg benieuwd naar de sneeuw. Er lag best veel, maar doordat er al zoveel mensen voor me hadden gelopen was het wel platgestampt. Daardoor ook af en toe wat glibberig, wat niet altijd even makkelijk liep. Bovenop was het uitzicht werkelijk schitterend. Toen zag ik de afdaling en moest ik wel even slikken... Ik ben al niet zo'n held met dalen, maar dit vond ik er toch wel serieus eng uitzien. Smal, redelijk steil naar beneden naast het pad zegmaar, en vooral zo ver je kon kijken sneeuw. Dit zou dus wel even gaan duren. Ik was bang om te vallen. Dat maakt in sneeuw op zich niet zoveel uit, maar er staken ook steeds stenen doorheen, en dat leek me niet zo prettig landen. Ik ging dus echt als een bejaarde naar beneden.

Het volgende punt was bij Schynige Platte. Hier was ik woensdag naartoe gelopen, via de weg die we nu als afdaling zouden moeten doen richting Burglauenen. Dit stukje kende ik dus enigszins. Schynige Platte lag op 46 kilometer van de route, en vanaf hier kreeg ik last van mijn linkervoet. Het voelde alsof er wat onder zat in mijn schoen, maar ik was bang dat het een blaar was. Na een niet zo lekkere afdaling kwam ik dan in Burglauenen aan. Hier was ook ons vakantiehuisje voor deze week, dus ik was vlakbij mijn bed... Papa stond hier ook weer. Ik had al een tijdje door dat ik te weinig at, en ik wist dat hier pasta zou zijn. Ik had me dus voorgenomen om in ieder geval een bord pasta te eten. Dat kreeg ik gelukkig weg, maar ik had natuurlijk veel eerder meer moeten eten. Ik heb even naar m'n voet gekeken, en het was inderdaad een beginnende blaar. Papa had zoals gezegd mijn andere schoenen ook bij zich, maar ik durfde niet te switchen. Ik was bang dat ik daardoor alleen maar meer blaren zou krijgen. Achteraf had ik altijd moet wisselen. Erger dan het uiteindelijk werd had het niet kunnen worden. Maar ja, dat wist ik toen nog niet. Ik zat er hier even helemaal doorheen. Fysiek maar vooral ook mentaal. Ik zei nu al tegen papa dat ik niet wist of ik het wel ging halen.

Vanaf hier ws het eerst een stukje klimmen, dan dalen naar Wengen, en vanaf daar enorm klimmen naar Männlichen. Het eerste stukje klimmen ging voor geen meter, maar tijdens het stukje dalen begon ik me weer beter te voelen. Ik nam aan dat de pasta werd opgenomen door m'n lichaam en het daardoor weer beter ging. Ik zag het dus weer wat meer zitten. Maar toen kwam ik in Wengen, en zag ik Männlichen al liggen. Heel erg veel hoger... Dit was een klim van vier kilometer, met bijna 1000 hoogtemeters. Dit was dus gewoon een verticale kilometer, maar dan met 62 kilometer in de benen. Ik stond geparkeerd. Iedereen om mij heen trouwens ook. Ik had een hartslag van 140 maar liep evengoed zo te hijgen dat als ik een slok water nam ik eerst moest uithijgen voordat ik weer verder kon lopen. Er leek geen einde aan te komen, maar uiteindelijk was ik dan toch boven. Hier stond papa ook weer. Hij zei iets tegen me, maar ik snauwde terug dat ie beter z'n mond kon houden. Gelukkig was ik na een paar minuten weer wat aardiger... Ik liep nog altijd ruim binnen tijd, maar hoe ging ik in godsnaam nog 34 kilometer volhouden. Ik wist het echt niet. Ik heb me hier even kort laten masseren. Even liggen was best lekker. Ik kreeg het ook super koud tijdens mijn korte stop, dus voor vertrek ook maar armstukken en m'n jack aangetrokken.

Het was kwart over negen ofzo toen ik vertrok, dus ik zou ook snel m'n lampje nodig hebben. Het was eerst een stukje redelijk vlak, met schitterend uitzicht op de Eiger, Mönch en Jungfrau, verkleurd door de ondergaande zon. Na het redelijk vlakke stukje volgde een klim op de Lauberhorn, dan een afdaling, en dan weer klimmen naar de Kleine Scheidegg. Vooral dat laatste stuk klimmen ging bij mij niet meer. Ik kwam totaal niet meer vooruit. Alles deed pijn. De post hier was op 78 kilometer, en gelukkig binnen en dus warm. Ik kwam totaal uitgeput binnen. Ik ben neergeploft op een stoel en heb even helemaal niks gedaan. Er kwamen vrijwiligers vragen of ik niks moest eten of drinken, maar ik zei dat ik eerst even bij moest komen. Toen kwam er een mevrouw vragen of ik misschien gemasseerd wilde worden, en hoewel het de vorige keer geen moer had geholpen dacht ik vooruit maar. Ik kon toch niet meteen verder, dus even liggen zou wel zo lekker zijn. Na de massage heb ik nog wat gegeten en ben ik weer verder gegaan. Ik was bang dat ik eruit gehaald zou worden als ik er nog langer zo wezenloos bij zou blijven zitten. Ik had het steenkoud toen ik weer buiten kwam en vroeg me af of ik niet toch m'n lange broek (verplicht om mee te nemen) aan had moeten trekken. Eerst kwam er een klein stukje afdaling, en dit keer had de massage wel geholpen. Ik voelde me echt beter en kon weer rennen. Totdat de klim naar de Eigergletscher begon. Ik stond wederom geparkeerd, maar hield mezelf voor dat dit de laatste grote klim zou zijn, dus dat ik niet moest zeuren. Eenmaal boven volgde een lange afdaling. M'n voet ging steeds meer pijn doen, en inmiddels voelde ik ook blaren op mijn andere voet. Ik liep ook bijna alleen hier, omdat ik zo achteraan het veld liep inmiddels. Ik vond de route in het donker eerlijk gezegd niet zo geweldig uitgezet. Op Madeira bijvoorbeeld stonden veel lampjes die altijd knipperden en je vanaf een afstand duidelijk kon zien. Alles waar het hier mee was uitgezet lichtte pas op als je lamp er op scheen, maar daardoor zag je het pas als je heel dichtbij was. Na wat een eeuwigheid leek te duren kwam ik bij de post is Alpiglen aan. Vanaf hier begon ik de tijd wat zenuwachtiger bij de houden. Ik durfde dus niet lang te blijven, omdat ik bang was het niet meer te gaan halen. Plus dat het ook echt niet meer helpt om langer te rusten als je zo verrot bent als ik op dat moment was. Verder dus.

Eerst nog een stukje dalen, dan de allerlaatste klim, en dan alleen nog maar dalen richting finish. Ook al was het nog zo'n 15 kilometer, ik moest het nu toch gaan halen. Ik kreeg alleen steeds meer pijn aan mijn voeten. Doordat de blaar aan mijn linkervoet zo'n pijn deed, ben ik onbewust m'n voet anders neer gaan zetten. Hierdoor heb ik m'n enkel verkeerd belast, waardoor die ook nog eens enorm zeer ging doen. Ik merkte ook dat ik gewoon totaal uitgeput was. M'n coördinatie was ook verdwenen. Ik begon pootje over te doen (schaatser he...) op stukken rechtdoor, en bij stapjes omhoog lukte het soms niet meer in één keer, en stapte ik net zo snel weer terug naar achter. Papa zou bij 92.8 kilometer staan. Ik had voor mezelf allang uitgerekend dat ik nooit meer binnen tijd zou kunnen finishen. Toch wilde ik niet opgeven. Dan maar geen medaille. Ik wilde er niet 10 kilometer voor het eind alsnog mee ophouden. Dan zou al dat afzien helemaal voor niks zijn geweest. Toen ik eindelijk bij papa kwam had ik nog maar 20 minuten of zo speling ten opzichte van de tijdslimiet bij die stop. Papa zei dat ik nog acht kilometer moest, en daar had ik nog zo'n twee uur voor. Ik liep alleen zo langzaam dat ik dat nooit meer kon halen. Ik moest eerst nog twee kilometer klimmen ook. Papa probeerde me moed in te praten, en de rest van de route was ik steeds aan het rekenen hoe snel ik zou moeten dalen om het slome klimmen te compenseren om alsnog binnen tijd te finishen. Ik kwam er niet meer uit. Ik weet één ding zeker, dat laatste stuk was geen acht kilometer, wat mijn redding was.

Eindelijk kwam ik in Grindelwald aan. Uitgestorven was het er. Het was natuurlijk ook zondagochtend vroeg. Iemand moedigde me aan en zei "good job, past time". Althans, dat verstond ik. Ik kon niet meer echt helder denken en dacht dat hij bedoelde dat ik te laat was. Ik dacht nog: wat een botte manier om dat zo even te melden. Vlak bij de finish stond papa en wilde foto's van me maken. Hij zei dat ik even stil moest staan, maar het enige wat ik dacht was: rot toch op. Ik ben al te laat, ik ga toch niet stilstaan voor een foto. Ik kwam over de streep, en kreeg tot mijn verbazing een medaille en een finisher t-shirt. Ik zag een klok hangen, en aangezien je er 26 uur over mocht doen ging ik er vanuit dat die op 26.nogwat stond. Je mocht tot half zeven finishen. De klok stond niet op 26.nogwat, maar op 6.01 of zo. Ik was zo kapot dat ik serieus niet begreep dat ie gewoon op de tijd stond, en dat ik dus op tijd binnen was. Ik ben voor dood op een bankje geploft, en papa zei iets van goed gedaan, en gewoon gehaald. Ik snapte 'm niet, en kwam er dus echt toen pas achter dat ik op tijd binnen was.

We zijn terug naar ons huisje gegaan, en ik ben zonder ook maar te douchen in m'n bed geploft. Twee uur later alweer klaarwakker...

Ik heb een paar dagen volgehouden dat ik het nooit meer doe, maar inmiddels geloof ik dat zelf al niet eens meer. Wel heb ik hier een paar wijze lessen geleerd. Ten eerste: doe altijd je fijnste schoenen aan. Dan maar minder geschikt voor de ondergrond. Ik ben er van overtuigd dat het me een paar uur had gescheeld. Ten tweede: eten eten eten eten. Mijn Suunto had kuren en hield het niet tot het einde vol, maar ik heb onveveer 12.000 calorieën verbrand. Aangezien er in een gemiddelde energiereep zo'n 200 calorieën zitten, moet je er dus zo'n 60 eten. Uiteraard eet ik niet alleen maar repen, maar om een idee te krijgen van hoeveel 12.000 is. Ik denk serieus dat ik nog niet de helft daarvan heb gegeten. Ik moet echt leren dat ik hoe dan ook moet eten. Hoe vies het ook smaakt, hoe slecht ik het ook weg krijg, altijd blijven eten. En beginnen ruim voordat ik honger krijg. Dit wist ik voor de start ook, maar in de praktijk blijft het lastig voor mij.

Al met al was het vreselijk afzien, maar ook een ervaring die ik waarschijnlijk nooit ga vergeten. Het was een prachtige dag. De hele route is, op de laatste 10 kilomteer na die er alleen maar in zitten omdat ie anders geen 100 kilometer is, schitterend. Ik ben 50e en laatste vrouw geworden, terwijl er 75 zijn gestart. Ook bij de mannen waren er idioot veel uitvallers. Zoals mijn moeder al zei: dat zijn niet allemaal blessures. En inderdaad heb ik hier en daar wat verslagen gelezen van mensen die hebben opgegeven met de meest suffe redenen. Althans, dat vind ik. (Zoals: "ik had het koud".) Ik hou niet van opgeven als het niet absoluut noodzakelijk is. Ik heb me een paar keer afgevraagd of het lichamelijk gezien wel verstandig was, maar er waren bij bijna alle posten artsen, dus als het niet verandwoord was hadden ze me er wel uitgehaald. 101 kilometer zonder pijn zal nooit gaan lukken. Het is nooit van start tot finish leuk. Ik kan wel eerlijk zeggen dat ik het nooit meer op deze manier wil. Ik moet het voor een volgende keer serieuzer aanpakken. Maar voor nu ben ik er trots op dat ik niet heb opgegeven. Aan mijn doorzettingsvermogen zal het niet liggen. Ik heb die medaille dik verdiend al zeg ik het zelf, ook al deed ik er dan 25.31 over.

Papa, super bedankt voor de ondersteuning de hele dag. Ruim 25 uur lopen is zwaar, maar al die tijd alleen maar wachten is volgens mij nog veel erger. En dan ben ik ook nog eens niet altijd even aardig door de vermoeidheid...

Volgend jaar weer?