Harriët Koorn

Tijdrit Warns

4 april 2015

De traditionele seizoensopener in Warns stond weer op het programma. Maar was ik niet gestopt met wielrennen? Eh ja, eigenlijk wel.

Ik heb afgelopen winter erg weinig gefietst. Het ging nier meer afgelopen zomer, het werd me door twee artsen afgeraden, dus het leek me het meest logische om te stoppen. Ik heb het een tijdje volgehouden, maar begon het toch wel erg te missen. Komt bij dat ik ook nog altijd klachten heb die niet bij de gestelde diagnose passen, waardoor ik nog steeds m’n twijfels heb. Toen ik dus op facebook van meerdere mensen las dat ze de tijdrit in Warns gingen rijden dacht ik: stik maar, ik doe ook gewoon mee.

Ik had voor de tijdrit pas één keer op mijn tijdritfiets getraind. Op m’n wegfiets had ik wel een paar keer een blokje hard gedaan, maar dat viel zeker niet mee. Ook heb ik een keer een 20 minuten test gedaan om te kijken hoe ik er voor stond en om te weten welke wattages ik met trainen aan moet houden. Daar bleek al uit dat ik gigantisch achteruit ben gegaan. Logisch natuurlijk als je niet traint.

Papa deed ook mee en we hebben samen het parcours een keertje gereden. Ik zat nog amper op de fiets of ik voelde m’n been al, waardoor ik me afvroeg of het nou wel zo’n verstandige beslissing was om mee te doen. Vreemd genoeg begon het alleen maar beter te voelen, en heb ik er met de tijdrit zelf niet bewust last van gehad. Na het rondje verkennen wilde ik op de rollen in gaan rijden. Daar heb ik altijd m’n wegfiets voor mee, omdat ik het niet prettig vind om met m’n tijdritfiets op de rollen te rijden. Jammer genoeg had m’n wegfiets er geen zin in: er brak een stuk van m’n shifter af waardoor ik niet meer kon schakelen. Toen moest ik dus alsnog op m’n tijdritfiets. Dat was jammer, want daardoor ging het inrijden niet zoals ik het normaal altijd doe.

Ik heb geen licentie meer dit jaar, dus ik reed in de categorie D3 mee. Toch vergelijk ik me stiekem nog gewoon met D4. (licentiehouders) Ik was best zenuwachtig, omdat ik niet hou van situaties waarbij ik niet weet wat ik kan verwachten. Met een vermogensmeter rijden is erg fijn als je in vorm bent, maar niet meer zo leuk als je slecht bent maar wel precies weet wat je vorig jaar kon. Ik heb dus geprobeerd niet zo vaak naar m’n teller te kijken, om niet afgeleid te worden door vermogens waar ik van zou balen.

De tijdrit bestaat uit drie nagenoeg rechte stukken, en dus maar twee bochten. Na de eerste bocht zou de wind beter staan, maar eenmaal de bocht om viel me dat tegen en kwam ik niet echt op gang. Het laatste stuk richting de tweede bocht ging het wel goed, maar het laatste rechte stuk stond de wind weer slechter. De finish is heuvel op, en dat is echt killing als je net zeven kilometer volle bak hebt gereden. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest denken. Ik kon absoluut nergens harder, maar had het gevoel dat het niet alleen vorm is wat ik mis, maar ook mentale weerbaarheid. Ik moet weer leren afzien.

Na mijn finish heb ik papa aangemoedigd bij de start, en daarna ben ik weer snel naar de finish gereden om hem weer binnen te zien komen. Ook papa had het duidelijk zwaar, maar ook voor hem was het de eerste tijdrit dit jaar. Ik won bij de niet-licentiehouders. (En bij de licentiehouders was ik derde geweest.) Ik reed 21 seconden langzamer dan vorig jaar, wat over zeven kilometer veel is. Ik trapte gemiddeld 34 (!) watt minder dan vorig jaar. Ik heb veel mensen horen zeggen dat het veel zwaardere omstandigheden waren dan vorig jaar, maar dat geloof ik dus niet. Ik ben er van overtuigd dat 34 watt meer scheelt dan 21 seconden, en ik dus een pr gereden zou hebben met het vermogen van vorig jaar. Maar goed, daar heb ik natuurlijk niks aan. Ik weet weer waar ik sta, en ben benieuwd wat er nog uit te halen is dit jaar. Ik ga niet meer zo veel trainen als afgelopen jaar, en ik wil ook nog wat laten onderzoeken waarvan ik vermoed dat (een deel van) mijn klachten vandaan komen.