Harriët Koorn

RunForestRun Drentsche Aa

31 januari 2015

Afgelopen zaterdag was het dan zover: mijn eerste trailrun. Op naar Drenthe om 21 kilometer over de Drentsche Aa te hobbelen.

Ik was erg benieuwd wat ik ervan zou vinden. Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten. Ik had het weekend hiervoor in de Amsterdamse Waterleidingduinen gelopen, maar wist niet in hoeverre de Drentsche Aa hiermee te vergelijken zou zijn. Bij het nummer ophalen werd al meteen gezegd dat het overal erg nat was, en we lekker vies zouden worden. Ik vind vies worden niet erg, en modder en andere zooi hoort bij een trailrun, maar ik vind het niet leuk als het bewust opgezocht wordt. Prima als het gebruikelijke pad vies is, maar dus niet omlopen om maar door zoveel mogelijk modder te moeten. Ik was benieuwd hoe dat hier zou zijn.

De deelnemers waren in meerdere startblokken verdeeld, om niet allemaal op een kluitje te lopen. Ik startte in de eerste groep. Voor de start werd nog gewaarschuwd dat er een stukje vlak voor de verzorgingspost op 8,5 kilometer heel erg nat was, en dat we moesten opletten. Eenmaal gestart begon ik voor de verandering weer eens te hard. Ik ging dus al gauw maar wat langzamer. Het was wel meteen erg leuk. Het is een mooi gebied en er lag nog best wat sneeuw, wat alles nog mooier maakte. De route was goed aangegeven. Je went er trouwens best snel aan dat je door de modder moet. Eerst denk je nog "ieh vies", maar al snel stamp je overal vrolijk doorheen.

Het natte stuk waar voor gewaarschuwd was, was echt heel nat. M’n schoenen verdwenen compleet in het water, wat vooral erg koud was. Bij de verzorgingspost heb ik rustig aan gedaan. Rustig een gelletje gegeten, dat ik voor het eerst maar eens mee had genomen, wat gedronken, en nog wat winegums meegenomen voor onderweg. (jummie) Meer verzorgingsposten waren er niet, dus ik had zelf ook water meegenomen.

Ik had gehoopt dat ik het nu fluitend tot de finish vol zou houden nu ik eens eten mee had genomen, maar dat viel toch wat tegen. Zo’n trailrun is toch een stuk vermoeiender dan dezelfde afstand op een ‘normale’ ondergrond. Je moet goed opletten dat je geen boomstronken of iets dergelijks over het hoofd ziet, je moet op lintjes van de route letten, het gaat soms wat op en af, je zoekt de beste weg door de blubber, het is al met al veel vermoeiender. De laatste zes kilometer gingen dan ook niet bepaald soepel meer. Ik kreeg vooral erg zere heupen. Behoorlijk kapot maar voldaan kwam ik bij de finish aan. Het was onwijs leuk en zeker voor herhaling vatbaar.