Harriët Koorn

De 32 van Kampen

28 maart 2015

Ik wilde graag een lange duurloop doen, maar ik ken de omgeving vanaf huis nu wel eens. De 32 van Kampen was daarom een mooi alternatief.

Als ik in m'n eentje loop lukt het altijd wel om de snelheid aan te houden die ik vooraf in m'n hoofd heb. Ik was erg benieuwd of ik dat ook zou kunnen in een groep, of dat ik dan toch weer te hard zou beginnen. Vanaf de start heb ik zo'n beetje iedereen voorbij laten gaan. De 21 en 32 kilometer startten tegelijk, dus ik wist ook niet wie welke afstand deed. Ik hield me echt enorm in, en nog ging de eerste kilometer veel sneller dan ik in m'n hoofd had. Het is echt moeilijk om rustig te beginnen! Hoewel ik sneller bleef lopen dan ik gepland had, kwam ik toch wel in een goed ritme. Ondanks dat ik bang was dat ik daardoor totaal in zou storten ben ik toch maar zo blijven lopen. Elke vijf kilometer was er een drinkpost, en ik had voor het eerst zelf eten mee.

Vanaf ongeveer tien kilometer begon het te regenen. Ik liep toen door een bos en dus redelijk beschut. Ik vind regen sowieso niet zo vervelend met lopen. Zolang m'n voeten droog blijven heb ik er geen last van. Ik liep in korte broek en t-shirt omdat ik het altijd erg warm heb met lopen. Hoewel iemand me net na de start nog voor gek verklaarde kon het makkelijk. Ik was trouwens ook lang niet de enige die zo liep.

Na tien kilometer heb ik m'n eerste gelletje genomen. Bij vijftien kilometer de tweede, omdat ik het op dat punt altijd zwaar krijg, en nu dus ook. Wellicht was het nu ook mentaal, ik was nog niet eens op de helft. Ik had het idee dat het steeds moeizamer ging, maar m'n Garmin zei van niet. Het parcours hielp ook niet echt mee. Ik vond het niet zo leuk in ieder geval. Er zat een stuk in wat we twee keer moesten lopen, en daar hou ik al nooit zo van. Verder vond ik het een beetje saai. Het weer hielp ook niet echt mee natuurlijk, maar ik was in ieder geval niet dol enthousiast over Overijssel.

Na ongeveer 22 kilometer kwam je bij een dijk, waar je de komende zes kilometer bleef lopen. Alleen maar rechtdoor, continu hetzelfde uitzicht. Er liep een groepje een meter of vijftig voor me, en ook wat mensen een stuk achter me, dus ik liep helemaal alleen. Na een tijdje zag ik dat het groepje voor me uit elkaar begon te vallen. Eerst haalde ik twee mannen in die waren gaan wandelen. (En nog ruzie hadden ook toen ik ze passeerde.) Bij 25 kilometer heb ik m'n laatste gelletje genomen, en inmiddels was het beste er wel vanaf. Inmiddels was er ook een vrouw afgehaakt bij het groepje voor me, zodat ik een mooi richtpunt had. Even later haalde ik haar dan ook in. Het laatste stukje van de dijk had je pal tegenwind, maar eenmaal de dijk af ging het weer beter. Ik leek een beetje over m'n vermoeidheid heen te komen, want het ging meteen weer lekkerder. Voor me zag ik een man lopen die mij kilometers daarvoor nog heel soepel lopend voorbij was gegaan, maar het nu blijkbaar niet meer zo makkelijk had. In de laatste twee kilometer heb ik hem weer ingehaald. M'n laatste kilometer was zelfs mijn snelste kilometer van de hele loop. Na 2.55.49 kwam ik over de finish.

Altijd wonderbaarlijk hoe je gewoon normaal rennend tot de finish komt, maar je meteen steenkapot bent zodra je stopt. Dit was de langste afstand die ik tot nu toe achter elkaar heb gelopen. Hiervoor had ik een keer een duurloop van 28 kilometer gedaan. Dat ging heel goed en ik liep toen 5:42 gemiddeld per kilometer. Dat had ik voor nu ook in m'n hoofd. Vier kilometer langer leek me dan al zwaar genoeg. Tot m'n verbazing hield ik m'n te hoge starttempo goed vol, en ging ik nu 5:29 gemiddeld per kilometer. Leuk om mezelf te verbazen.