Harriët Koorn

Kink in de kabel

2 september 2014

Vorige week heb ik een onderzoek gehad waar niet zo goed nieuws uit is gekomen. Mij wordt aangeraden om te stoppen met tijdrijden.

Al jaren heb ik last van mijn been. De eerste keer waarvan ik me kan herinneren dat ik het voelde is al zo’n acht jaar geleden. Met fietstrainingen kreeg ik vaak een machteloos gevoel in m’n rechterbeen. Alsof er geen kracht meer in zat. Ik kan me herinneren dat ik op trainingskamp in Ulrichen, Zwitserland was en vooral met de passen op fietsen veel last had. Ik klim normaal vooral zittend, maar moest toen steeds gaan staan zodat m’n been wat meer strekte waardoor het dan weer even beter ging. Op dat moment fietste ik alleen nog maar als training voor het schaatsen. Met de andere trainingen had ik er geen last van. Het was wel vervelend, maar ik heb me er verder nooit druk om gemaakt. Het ging op dat moment bij fietsen toch niet om de snelheid maar om de inspanning, en zolang m’n hartslag in de goeie zone bleef maakte het me verder niet zo uit hoe het voelde. Het was ook niet altijd even erg, en alleen bij intensieve trainingen aanwezig.

Helaas heb ik later een zwabbervoet gekregen met schaatsen. Ook dat zit rechts. Op dat moment had ik ook met schaatsen en skeeleren vaak dat m’n rechterbeen eerder verzuurde dan m’n linkerbeen. Dat is vrij ongebruikelijk met schaatsen. Stom misschien, maar ik heb nooit de link gelegd met het probleem wat ik met fietsen al veel langer had. Ik had op dat moment namelijk ook erge rugklachten. Daarvoor kwam ik bij een fysiotherapeut. Ik heb hem verteld dat m’n been steeds zo voelde, en dat ik dat bij fietsen ook had. Ik bleek toen veel triggerpoints in mijn spieren te hebben, vooral in mijn rechterbil. Daar zouden veel van mijn problemen uit voort kunnen komen, en dat is dus toen ook behandelend. Mijn rug werd weer een stuk beter, en ook de verzuring tijdens het schaatsen werd minder. De zwabbervoet is helaas nooit meer weggegaan, en ik ben uiteindelijk dan ook gestopt met schaatsen.

Aangezien ik toch al veel fietste voor het schaatsen, ben ik toen maar gaan wielrennen. Het machteloze gevoel in mijn rechterbeen kwam nog steeds vanaf een bepaalde inspanning. Het was alleen niet altijd even erg, waardoor ik nog altijd niet dacht dat er echt iets niet klopte. Ik had vaak bij wegwedstrijden dat ik de laatste 20 kilometer ofzo niet meer lekker reed. Ik dacht dan dat ik nog niet goed genoeg was en gewoon meer moest trainen. Doordat ik bang ben in een peloton reed ik altijd achteraan, waar je veel meer energie verspeeld ten opzichte van de mensen die midden in het peloton zitten. Dat ik eerder moe werd vond ik dus nooit zo vreemd. En dat het altijd dat rechterbeen was waar het begon, tja. Ergens zit je zwakste punt nou eenmaal.

Vanaf het moment dat ik ben gaan wielrennen vond ik meteen tijdrijden het leukste. Dat leek op schaatsen: lekker alleen, zo hard mogelijk en alleen de tijd telt. De beste wint, niet degene met de meeste tactiek of wat dan ook. Ik merkte wel dat ik vaak een afgekneld gevoel had als ik in tijdrithouding reed. Vaak had ik er last van met inrijden, en met de tijdrit zelf vergat ik alles en reed ik gewoon zo hard mogelijk. Dan deed er sowieso toch al van alles pijn en viel het niet zo op.

Vanaf dit seizoen ben ik gestopt met wegwedstrijden, en rijd ik alleen nog tijdritten. Ik vind het geweldig, en in een peloton rijden ga ik toch niet meer leren. Daarvoor ben ik denk ik te laat begonnen met wedstrijden. Ik heb dit jaar veel meer tijdritten gereden dan voorgaande jaren, en ik zit dus ook vaker op mijn tijdritfiets.

Aan het eind van de winter kreeg ik steeds meer last van m’n been. Met strandraces voelde ik het iedere keer. Ik ging alleen ook steeds beter rijden, en stond juist in die periode meerdere keren op het podium. Omdat de wedstrijden vrij dicht op elkaar zaten en ik van fysiotherapie vaak een paar dagen stijf ben dacht ik: ik ga wel als de races klaar zijn. Dat heb ik dus ook gedaan. De fysio behandelt me altijd met dry needling, wat over het algemeen goed en vrij snel werkt. Dit keer had ik echter het gevoel dat het niet veel deed. Ik dacht dat ik gewoon te lang gewacht had, en ben vanaf toen dus maar vaak gegaan.

Ik begon mijn eerste tijdritten dit jaar goed. Ik reed bijna iedere tijdrit weer een persoonlijk record qua vermogen, en voelde ook duidelijk dat ik beter was dan vorig jaar. Verder had ik niet meer iedere wedstrijd de idiote spanning en zenuwen die ik bij wegwedstrijden had, maar ik had nu juist steeds zin om te rijden. Ik had dus duidelijk de goeie keuze gemaakt om voor het tijdrijden te kiezen. Wel had ik meer last dan ooit van m’n been. Ik voelde bij iedere tijdrit dat mijn rechterbeen slechter was dan mijn linkerbeen. Het voelde zeker niet goed, maar doordat ik wel meer vermogen trapte dan ooit maakte ik me er nog niet zo druk om. De fysio merkte wel dat m’n rechterbeen eigenlijk altijd slechter was dan m’n linkerbeen en prikte dan de triggerpoints weer weg. Dat hielp dan heel even, maar het voelde steeds heel snel weer hetzelfde als ervoor.

Vanaf begin juni zo’n beetje ging het niet meer. Waar ik in het begin van het seizoen gewoon door kon trappen als ik het voelde, lukte dat nu niet meer. Ik begon al meer te twijfelen of er niet toch iets echt niet klopte. Jaren terug heeft Aafke Eshuis me al eens een artikel gestuurd over vaatproblemen bij wielrenners. Omdat mijn fysio op dat moment dacht dat het aan mijn spieren lag en dat ook even leek te helpen heb ik daar toen niks mee gedaan. Nu begon ik me echter steeds meer af te vragen of dat het niet toch was. En of het nou steeds slechter werd, of dat het ook mentaal niet meer ging, maar er ging geen tijdrit meer goed. Ik trapte steeds minder vermogen. Tegelijkertijd begon ik me af te vragen of ik verkeerd had getraind. Had ik misschien te weinig gedaan, of juist te veel. Het NK kwam steeds dichterbij en ik ging alleen maar slechter rijden. Met het NK hoopte ik op een wonderbaarlijke wederopstanding, maar dat zat er (uiteraard) niet in. Nadat ik de dijk was opgedraaid voelde ik meteen m’n been. Dat was na een kilometer denk ik. Als je dan nog 23 kilometer moet en je voelt continu dat je ene been niet wil, werkt dat niet erg motiverend. Ik kon totaal geen vermogen trappen, en reed gemiddeld bijna 30 watt minder dan in het begin van het seizoen. Dat was dus een flinke teleurstelling, en ik heb de maand erna dan ook bijna niet getraind. Ik kon me er niet meer voor motiveren. Eind juli reed ik nog een tijdrit in Drenthe. Weer had ik er meteen last van. Weer kon ik geen vermogen trappen. Dat was het punt waarop ik wist dat ik er naar moest laten kijken. Ik heb contact gezocht met Goof Schep, de specialist op het gebied van vaatproblemen bij sporters. Ik heb hem mijn klachten verteld, en hij gaf aan dat dit het typische verhaal was van iemand met een vaatprobleem. Hij raadde aan een afspraak te maken. Helaas moest ik daar door de vakantieperiode bijna een maand op wachten.

Op 27 augustus was het dan eindelijk zover. Op naar Veldhoven voor het onderzoek. Een beetje gammel (want nuchter) kwam ik veel te vroeg aan. Na lang wachten was het dan zover. Met het echo onderzoek kwam naar voren dat er een knik zit in mijn bekkenslagader. Tot mijn verbazing blijkt het niet alleen rechts te zitten, maar ook links. Hierna moest ik nog een fietstest doen, waarbij mijn bloeddruk in arm en benen is gemeten.

De conclusie is dat een operatie wordt afgeraden omdat het vrij hoog in m’n buik zit en dat risicovol is, en dat ik dus maar moet stoppen met tijdrijden. Hoewel ik toch vrij veel hinder ervaar, blijkt het een ‘geringe’ knik te zijn.

Ik vond het persoonlijk een vrij naar gesprek. Niet zozeer om de uitkomst, vooral om de manier waarop dr. Schep met niet-topsporters omgaat. Hij heeft me weet ik hoe vaak met Marianne Vos vergeleken. Naar aanleiding van de test was zijn conclusie dat ik toch haar talent niet had en dus maar beter kon stoppen omdat ze niet gingen opereren. Hij is tijdens die test continu tegen me blijven praten, en heeft zelfs op dat moment verteld dat werd afgeraden om te opereren, en dat ik het vanzelf ook wel links zou gaan voelen, aangezien daar ook een knik zit. Hoe lekker denk je dan dat een test nog gaat? Hartslag werd niet eens gemeten. Ik had niet bepaald het beste ooit getraind voor die test. Het was een heel korte test trouwens. Ik had niet gegeten. En dan is de simpele conclusie dat je toch geen talent hebt en beter kunt stoppen. Ik kan wel gaan tennissen...

Die man begrijpt blijkbaar totaal niet dat je ook zonder wereldtop te zijn wel evengoed een enorme passie voor iets kan hebben, en dat dus niet zomaar op wilt geven. En natuurlijk heb ik niet het meeste talent, maar ik word met dat prutbeen nog altijd 26e op het NK, en er zijn meer meiden die zich er niet eens voor plaatsen dan wel. Zo idioot slecht ben ik dus ook weer niet. In de brief die ik inmiddels heb gehad met de uitslag staat: 'Gezien de knik gering is, het aan twee kanten bestaat en het operatief op wat ongunstige plaats is met ook wat extra vaatlengte, ontraden we operatie. Bovendien is de kans groot dat met goede sportaanpassing sporten goed gaat lukken en het niet erger wordt'. Alsof het me er alleen maar om gaat dat ik kan sporten, en het me om het even is welke sport dat dan is.

Talent is volgens mij niks anders dan een aangeboren geschiktheid voor iets. Ik denk dan: de topsporters die er last van krijgen zijn dan blijkbaar niet zo geschikt voor topsport. Hun lichaam kan dat blijkbaar niet aan. Maar als je er maar je geld mee verdiend doen ze alles voor je, en maken de risico’s blijkbaar ook opeens niet meer uit. Het leek er erg op dat mijn niveau er meer mee te maken heeft dan de risico’s, waardoor ik er een naar gevoel aan over heb gehouden.

Mijn manueel therapeut kent een vaatchirurg van het LUMC, en ik wil in ieder geval graag ook van hem weten wat de risico’s zijn, en dan zonder erbij te bedenken of het voor mijn niveau zinvol is. Dat bepaal ik zelf wel.

Ondanks dat het een vervelende uitkomst is, verklaart het wel veel. Dr. Schep denkt dat het heel goed mogelijk is dat mijn zwabbervoet hier ook door komt. Verder verklaart het voor mij veel over hoe ik reageer op trainingen, en vooral hoe ik vrijwel niet reageer op rustdagen. Ik heb vrijwel nooit het gevoel gehad dat ik echt in topvorm was, en ik heb altijd gezegd dat ik niet beter werd van rustdagen.

Ik weet op dit moment nog niet zo goed wat ik ermee moet. Ik vind het erg moeilijk om het zomaar op te geven. Ik ben ook al min of meer noodgedwongen met schaatsen gestopt, en als ik dan door hetzelfde probleem ook niet meer kan fietsen... Het is lastig. Aan de andere kant weet ik dat de kans groot is dat ik het ook links ga voelen, en dat het erger wordt. Ik zal dus vrijwel zeker geen progressie kunnen boeken door meer of beter te gaan trainen, omdat dat dus niet helpt of het juist erger maakt. Ik kan alleen proberen af te vallen, zodat ik met hetzelfde vermogen harder ga. Maar ook dan weet ik waar de progressie stopt. Of ik me daar nog voor kan motiveren is de vraag. Ik weet ook nog niet precies was er gebeurd als ik toch doorga. Wat voor risico’s ik daarmee neem.