Harriët Koorn

Castricum - Camperduin - Castricum

16 maart 2014

Zo’n dag waarop je er na het inrijden geen vertrouwen meer in hebt, maar al het geluk jouw kant op lijkt te rollen.

Het voelde niet goed met inrijden. Zware benen, en vooral zwaar strand. Ik zakte er enorm in weg. Ik begon te twijfelen aan mijn bandenspanning, maar heb dat toch maar zo gelaten. Te hard is niks, maar te zacht is helemaal niks. Dan ga je bij elke trap zwalken, en dat rijdt voor geen meter. Kwam bij dat we twee keer van het strand af moesten, en we langs strekdammen kwamen. Ook daar zijn te zachte banden niet handig.

Met weinig vertrouwen stond ik in het startvak. Ik had het gevoel niet voor dagsucces te kunnen gaan, maar om tweede te blijven in het klassement kon ik ongeveer tien minuten verliezen. Dat zou dus, zonder pech, wel goed komen. De vrouwen zouden vijf minuten voor de heren starten, en ik stond vooraan in het vak, aan de kant waar het strand het hardste was. Degene achter mij vond het nodig om de hele tijd met haar fiets tegen de mijne de botsen. Ik heb daar een enorme hekel aan, en zie het nut er ook niet van in. Het vak was ruim genoeg, en de vrouwen zouden toch eerst vertrekken, waardoor er altijd ruimte zat is om na de start een goeie positie te kiezen. Mylaps had helaas het systeem niet op tijd gereed, waardoor we tien minuten later dan gepland pas weg konden. Inmiddels stijf en koud geworden, maar blij dat we eindelijk mochten. Ik was als eerste weg, en Annemarie zat meteen in mijn wiel. Dat had ik wel verwacht. Ik reed richting de waterkant, omdat het strand daar beter was voor mijn gevoel. Op dat moment zie ik Alieke helemaal rechts wegrijden, met twee vrouwen in haar wiel. Eerlijk gezegd dacht ik: jullie doen maar, veel succes. Alieke kan dat maar de andere twee niet, en het verbaasde me niet toen ik al snel zag dat Alieke er in haar eentje vandoor was. De groep vrouwen werkte redelijk goed samen, en zo reden we met een hele groep richting Bergen. Ik had geleerd van Ameland, en heb netjes meegedraaid, maar geen trap teveel gedaan. (Degene die zo tegen mijn fiets had staan botsen riep overigens al na een paar kilometer "succes dames!", en liet de groep rijden...) Het duurde door de vijf minuten lang voordat de eerste groep mannen voorbij kwam. Altijd een moment om op te letten. Ik kon aansluiten, maar dat konden de andere vrouwen ook. Al snel haalden we de twee dames in die met Alieke mee waren gegaan. Voordat we bij Bergen waren was de snelheid opgevoerd, en hield ik de mannen niet meer bij. Een paar vrouwen hielden het langer vol, maar de meeste kwamen tegelijk met mij bij Bergen aan. Hier moesten we het strand even af, langs een rotonde, en even verderop het strand weer op. De weg naar het zand liep best stijl naar beneden, zodat je met aardig wat snelheid het strand opkwam. Stom genoeg remde ik. Ik ben ooit in een training ook zo hard mogelijk het strand opgereden, om vervolgens meteen over de kop te vliegen. Ik had nu gewoon hard door moeten rijden, want ik haalde het niet zonder af te stappen. Annemarie reed wel hard door, en kwam er fietsend doorheen. Daar baalde ik erg van, want nu lag ik achter. Een paar honderd meter verder echter zag ik dat Annemarie viel en zo haalde ik haar alweer in.

Ik heb richting Camperduin een tijdje alleen gereden, maar heb niet ingehouden om op een groep te wachten. Dan maar alleen zo hard mogelijk verder. Vlak na een van de strekdammen reed er een vrouw lek. Daarom stuur ik er altijd zo veel mogelijk omheen. Die had ik dus ook weer te pakken... Even later zag ik een klein groepje van achteren komen. Toen ze dichterbij kwamen zag ik dat Fred Sip hierin zat, en die riep dan ook meteen naar me dat ik aan moest pikken. Dat lukte gelukkig, en met z’n vieren reden we richting de Hondsbossche Zeewering, waar het keerpunt was. Vlak daarvoor lag Laura Hak op het strand, die duidelijk onderuit was gegaan. Fred en nog een man uit mijn groepje zijn even bij haar gestopt om te kijken of het wel goed ging. Ik ben doorgereden. Bij het keerpunt op de Zeewering was de groep weer compleet, aangevuld met nog wat andere mannen. Met een groep van een man of acht denk ik reden we zo het strand weer op. We hadden de wind op de terugweg gunstiger, maar we moesten ook nog 20 kilometer, en de groep reed hard door. Ook hier had ik weer enorme mazzel mee. Zelden in een groep gezeten die zo doorreed als deze. De samenwerking was prima. Uit deze groep kende ik Fred, maar er was een andere man die mij blijkbaar kende. Hij wist in ieder geval hoe ik heette, en riep steeds van alles. Ik heb geen idee wie het was... Ik stoorde me eerlijk gezegd nogal aan hem. Hij bleef maar roepen dat ik niet op kop moest rijden, en dat vrouwen niet mee hoefde te draaien maar dat ik achteraan moest blijven rijden. Ik dacht alleen maar: waar bemoei je je mee? Iedereen in de groep had ongeveer hetzelfde niveau. Waarom zou ik dan niet mee draaien? Er reden dames achter me die ik verder op achterstand wilde rijden, en dames voor me die ik terug wilde pakken. Als ik dan het niveau heb om mee te rijden, dan rijd ik dus mee. Lijkt mij erg logisch, maar hij bleef maar roepen. Ik heb het een paar keer even heel zwaar gehad, maar kwam er toch telkens weer overheen en kon zo gelukkig in de groep blijven. Al snel haalden we twee vrouwen in. Ik had de hoop dat we er op en erover zouden gaan, maar helaas konden ze aanpikken. Voor zover ik wist reed alleen Alieke nu nog voor ons, en zou 2 en 3 dus tussen ons drieën verdeeld gaan worden. Tijdens de laatste vier of vijf kilometer werd het strand steeds zwaarder, en kon ik op een gegeven moment niet meer. Ik liet een gat vallen en kon het niet meer dichtrijden. Een van de twee vrouwen zat jammer genoeg op dat moment net voorin de groep, waardoor ik haar ook niet bij kon houden. De ander zat in mijn wiel. Dit was dezelfde waar ik op Ameland ruzie mee had gemaakt omdat ze te beroerd was om ook eens op kop te rijden. Ik was nu dan ook vastbesloten om in ieder geval derde te worden, en me er niet in de laatste kilometers nog even door haar af te laten rijden. We hebben nog even kop over kop gereden, maar toen de finishboog in zicht kwam reed zij net op kop, en ben ik in haar wiel blijven zitten. Gewacht en gewacht, en vlak voor de finish een eindsprint ingezet, en gelukkig kwam ik voor haar over de streep en werd zo derde.

Zo zie je maar weer hoe vreemd een strandrace kan lopen. Vooraf totaal geen vertrouwen, en toch de goeie benen vinden en derde worden. Natuurlijk had ik mazzel dat er lek werd gereden en anderen gingen liggen, maar ook dat hoort erbij. Vaak worden fouten gemaakt als je boven je kunnen aan het rijden bent.

Zo ben ik de strandracecompetitie goed geëindigd met een derde plek, en tweede in het eindklassement. Er was bij deze wedstrijd flink wat prijzengeld te verdienen, en de tweede plek in het eindklassement levert ook een leuk bedrag op. Daar gaat het allemaal niet om, maar het is wel een leuke bijkomstigheid.