Harriët Koorn

Hoek van Holland - Den Helder

20 oktober 2013

Dit jaar is er voor het eerst een strandracecompetitie. De KNWU heeft dit samen met sponsor Lotto opgezet. Er wordt een klassement voor licentiehouders, en voor basisleden bijgehouden.

De eerste vier in het eindklassement krijgen een prijs. De eerste krijgt 1000, de tweede 500, de derde 250 en de vierde 100 euro. De races worden niet door de KNWU georganiseerd, maar door de organisaties die dit altijd al deden. Hierdoor gaat elke strandrace anders. Zo starten bij sommige de dames een minuut voor de heren, en bij andere start alles tegelijk. De startvakken zijn ook bij elke wedstrijd anders ingedeeld en verder verschilt ook het prijzengeld per wedstrijd. Wellicht dat hier volgend jaar meer één lijn in getrokken wordt, wat bij een competitie wel zo logisch zou zijn.

Vanaf ongeveer vijf weken van te voren ben ik weer begonnen met op het strand trainen. Dat viel in het begin nog niet mee, maar per keer werd het beter. Als langste stuk ben ik een keer van Scheveningen naar Bergen gereden. Toch bijna 83 kilometer op de teller, en een groot deel van het parcours weer eens gereden. Ik werd steeds wat sterker met trainen, dus ik ging er vanuit dat ik er klaar voor was.

De start was al om 8 uur, dus ik moest erg vroeg mijn bedje uit. Met inrijden was het nog zo donker dat ik het eng vond. Ik zag bijna niks. Gelukkig werd het snel licht. De dames starten bij deze wedstrijd altijd een minuut voor de mannen. Dat vind ik erg prettig, en dat zouden ze bij elke strandrace moeten doen. Zo weet je tenminste altijd als hoeveelste vrouw je fietst, en als alles tegelijk start heb je dat overzicht meestal niet. De start ging bij mij goed. Alieke Hoogenboom ging er meteen als een raket vandoor, en alleen Pauliena Rooijakkers kon haar volgen. Ik heb er nog even als derde aangehangen, maar had al snel door dat ik me daarmee finaal zou opblazen. Ik ben dus op mijn eigen tempo verder gegaan. Het ging prima, en eenmaal bij de zandmotor bij Monster lag ik nog altijd derde. Daar ging het echter mis. Ik wilde een keer naar mijn kleine voorblad schakelen, maar mijn ketting sloeg helemaal vast. Ik moest afstappen om ‘m weer goed te krijgen, maar dat duurde erg lang. De ketting leek wel in een achtje te zitten, ik snapte eerst niet eens welke kant ik op moest trekken. Vlakbij mij tapte er iemand zijn ketting in tweeën, en kon dus echt niet meer verder. Hij heeft mij toen geholpen, waardoor ik gelukkig wél verder kon. Ik heb hier echter aardig wat tijd verloren, en ik wist ook niet meer hoeveelste vrouw ik was. Gelukkig kwam ik wel in een groep terecht, zodat ik niet alles alleen hoefde te doen. Bij Noordwijk stonden mijn ouders met een bidon, maar die liet ik vallen. Een auto van de organisatie die toevallig op dat moment vlakbij reed zag dat gebeuren, en gaf me een flesje AAdrink. Dat was erg aardig. Tot aan IJmuiden zat ik in een goede groep, waar lekker doorgereden werd. Hier zaten ook aardig wat vrouwen bij, maar ik wist nog altijd niet hoeveelste ik was. Hoewel ik me goed voelde, was ik wel benieuwd hoe lang ik deze groep nog bij zou kunnen houden. Ik had het gevoel dat de meeste veel beter waren dan ik. Dat gevoel heb ik eigenlijk standaard, en ook deze keer bleek het weer nergens op gebaseerd te zijn. Door IJmuiden werd niet zo hard gereden. Gelukkig maar, want de politie had gewaarschuwd dat als er mensen waren die zich niet aan de regels hielden, dit de laatste Hoek van Holland-Den Helder zou zijn. Wel was een van de sluizen dicht. Dan kun je doorrijden naar de volgende die dan wel open is, maar dat is wel ongeveer anderhalve kilometer langer. Vlak voordat we bij Wijk aan Zee weer het strand opgingen was ik zoveel mogelijk vooraan de groep gaan rijden. Ik ben nog altijd niet heel handig in mul zand, dus ik dacht als ik dan eventueel moet lopen, kan ik misschien nog aan de achterkant van de groep weer aansluiten. Ik kwam er echter prima doorheen dit keer, en eenmaal weer op gang bleek de helft van de groep eraf te zijn. Richting Petten werd de groep steeds kleiner en kleiner, en alle mensen die er voor IJmuiden nog uit hadden gezien alsof ze mij er zo af konden rijden, vielen nu juist een voor een zelf af. Eenmaal bij Petten reden we nog maar met z’n drieën. Twee bijzonder vriendelijke mannen, en ik. Vorig jaar ben ik nog lopend de dijk bij Petten op gegaan, maar ik snapte wel dat als ik dat dit jaar ook zou doen, ik ‘mijn’ mannen kwijt zou raken. Ik ben er dus maar zo hard mogelijk op af gefietst, en het blijkt prima te doen te zijn om gewoon te blijven fietsen. We hadden op de dijk de wind in de rug, en reden het hele stuk erg hard. De dijk is zo hobbelig dat het met onze snelheid niet bepaald comfortabel fietsen was. Petten is een punt waarvan je in IJmuiden denkt; was ik daar maar alvast. Als je er dan eenmaal bent is het nog 30 kilometer, en lijk je nooit bij die finish te komen. Ik heb het het laatste stuk dan ook wel eens moeilijk gehad, maar gelukkig bleven de mannen bij mij fietsen, en zelfs als het even wat langzamer moest pasten ze zich aan mij aan. Een beetje geluk moet je ook hebben. Tijdens de laatste 10 kilometer kreeg een van de twee kramp, en kon het tempo niet meer volgen. Misschien niet aardig dat ik nu niet op hem wachtte, maar ik probeerde zo hoog mogelijk te finishen. Binnen de laatste vijf kilometer haalde ik Mascha Pijnenborg nog in. Die lag in Noordwijk nog een eind voor, dus dat vond ik stiekem wel erg leuk. Ze probeerde om aan te sluiten, maar moest ons al snel laten rijden. Bij Den Helder het strand af is altijd loeizwaar. Je moet een duin op rennen door mul zand, en het zuur zit al tot in je oren. Ik heb echter zo hard mogelijk gerend, omdat ik bang was dat ik weer terug ingehaald zou worden. Nog een kilometer naar de finish, en daar bleek dat ik 4e was geworden. Ik heb de 136 kilometer in 4 uur en 12 minuten volbracht. Ik ben blij met hoe ik me de hele dag voelde. Ik had veel macht in mijn benen, en kon tot het eind goed blijven fietsen. Wellicht had er zonder pech een podiumplek ingezeten, maar pech hoort er helaas ook bij.